Engels Grammar Guide
Learning Engels in Nederlands
A1 Topics (20)
Eenvoudige zinnen vormen (onderwerp-werkwoord-voorwerp)
Grammar guide for Forming simple sentences (subject-verb-object word order) in nl
Het gebruik van het werkwoord 'to be' in eenvoudige zinnen
Grammar guide for Using the verb 'to be' in simple sentences in nl
Persoonlijke voornaamwoorden gebruiken in eenvoudige zinnen
Grammar guide for Using personal pronouns in simple sentences in nl
Zinnen ontkennend maken met 'not' (simple present)
Grammar guide for Making sentences negative with 'not' (simple present) in nl
Ja/nee‑vragen vormen in de tegenwoordige tijd
Grammar guide for Forming yes/no questions in the present tense in nl
Wh-vragen stellen (who, what, where, enz.) in de tegenwoordige tijd
Grammar guide for Asking wh- questions (who, what, where, etc.) in the present in nl
Het gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (my, your, his, her, enz.)
Grammar guide for Using possessive adjectives (my, your, his, her, etc.) in nl
Het gebruik van aanwijzende voornaamwoorden (this, that, these, those)
Grammar guide for Using demonstrative words (this, that, these, those) in nl
Gebruik van lidwoorden voor onbepaalde en bepaalde verwijzing (a, an, the)
Grammar guide for Using articles for indefinite and definite reference (a, an, the) in nl
Het gebruik van enkelvoud en meervoud (reguliere meervoudsvormen)
Grammar guide for Using singular and plural nouns (regular plural forms) in nl
Bestaan uitdrukken met 'there is' en 'there are'
Grammar guide for Expressing existence with 'there is' and 'there are' in nl
Basisvoorzetsels van plaats (in, op, onder, naast)
Grammar guide for Basic prepositions of place (in, on, under, next to) in nl
Het gebruik van 'and' en 'but' om eenvoudige zinnen te verbinden
Grammar guide for Using 'and' and 'but' to join simple sentences in nl
Het gebruik van 'can' om te praten over ability (kunnen) en permission (toestemming)
Grammar guide for Using 'can' to talk about ability and permission in nl
Eenvoudige bevelen en instructies geven (gebiedende wijs)
Grammar guide for Giving simple commands and instructions (imperatives) in nl
Dagelijkse routines beschrijven (gebruik van de simple present)
Grammar guide for Describing daily routines (using simple present tense) in nl
Voorkeuren en afkeuren uitdrukken (like, love, hate + zelfstandig naamwoord / -ing)
Grammar guide for Expressing likes and dislikes (like, love, hate + noun/-ing) in nl
Vragen naar hoeveelheid (met 'how much' en 'how many')
Grammar guide for Asking about quantity (using 'how much' and 'how many') in nl