Het gebruik van aanwijzende voornaamwoorden (this, that, these, those)
A1Het gebruik van demonstratieve woorden (this, that, these, those)
Deze gids legt in het Nederlands uit hoe je de Engelse aanwijzende woorden 'this', 'that', 'these' en 'those' gebruikt. Je leest wat ze betekenen, wanneer je welke kiest, hoe je ze gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord of in plaats daarvan, veelvoorkomende fouten en handige tips. Voorbeelden staan in het Engels met Nederlandse vertalingen.
Wat betekenen 'this', 'that', 'these' en 'those'?
Kernbetekenis: nabijheid en aantal
- 'this' = enkelvoud, iets dicht bij de spreker (ruimtelijk of in tijd).
- Voorbeeld: 'This book is mine.' (Dit boek is van mij.)
- 'that' = enkelvoud, iets verder weg van de spreker.
- Voorbeeld: 'That book on the shelf is yours.' (Dat boek op de plank is van jou.)
- 'these' = meervoud, dingen dichtbij.
- Voorbeeld: 'These books are heavy.' (Deze boeken zijn zwaar.)
- 'those' = meervoud, dingen verder weg.
- Voorbeeld: 'Those books over there are expensive.' (Die boeken daar zijn duur.)
Let op: Engels maakt geen onderscheid in grammaticaal geslacht zoals Nederlands. Je gebruikt altijd 'this/that' voor enkelvoud en 'these/those' voor meervoud, onafhankelijk van 'de/het'.
Waar staan demonstratives in de zin: bijvoeglijk vs zelfstandig gebruik?
Bijvoeglijk (determiner): vóór een zelfstandig naamwoord
- 'this' en 'that' kunnen een zelfstandig naamwoord direct voorafgaan.
- Voorbeeld: 'This cake is delicious.' (Deze taart is heerlijk.)
- Voorbeeld: 'Those cars are fast.' (Die auto's zijn snel.)
Zelfstandig (pronoun): in plaats van een zelfstandig naamwoord
- Ze kunnen het zelfstandig naamwoord vervangen:
- 'This is delicious.' (Dit is heerlijk.)
- 'Those were my teachers.' (Dat waren mijn leraren.)
Belangrijk: vervoeging van het werkwoord volgt altijd het onderwerp. Dus: 'These are mine.' (niet 'These is mine').
Wanneer gebruik ik 'this' en wanneer 'that' — praktische regels
Ruimtelijke nabijheid: dichtbij versus ver weg
- Gebruik 'this/these' als het object fysiek dicht bij is of je het in je directe omgeving bedoelt.
- 'This pen (in my hand) is broken.' (Deze pen in mijn hand is kapot.)
- Gebruik 'that/those' voor iets dat verder weg is, bijvoorbeeld aan de andere kant van de kamer.
- 'Is that your pen over there?' (Is die pen daar van jou?)
Tijd: dichtbij in tijd versus verder weg (verleden/afstand)
- 'this' wordt gebruikt voor iets dat bij de huidige periode hoort: 'this week', 'this morning'.
- 'I will finish it this week.' (Ik maak het deze week af.)
- 'This morning I had coffee with her.' (Vanmorgen had ik koffie met haar.)
- 'that' verwijst vaak naar een eerder of verder verwijderd moment.
- 'I remember that week in June.' (Ik herinner me die week in juni.)
Let op: 'this Sunday' kan soms onduidelijk zijn (aankomende zondag of de zondag in deze week). Gebruik 'next Sunday' voor duidelijkheid.
Discourse: iets introduceren versus verwijzen naar iets eerder genoemd
- Gebruik 'this' vaak om iets nieuws of iets dat je nu presenteert te introduceren:
- 'This is the problem: we don't have enough time.' (Dit is het probleem: we hebben niet genoeg tijd.)
- Gebruik 'that' om te verwijzen naar iets dat eerder in het gesprek genoemd werd:
- 'You left early — that annoyed me.' (Je vertrok vroeg — dat irriteerde me.)
Enkelvoud en meervoud — hoe onthoud je 'this/these' en 'that/those'?</b]
Regel: enkelvoud = this/that; meervoud = these/those
- 'This' en 'that' gebruik je met enkelvoudige zelfstandige naamwoorden: 'this apple', 'that house'.
- 'This apple is red.' (Deze appel is rood.)
- 'These' en 'those' gebruik je met meervoudige zelfstandige naamwoorden: 'these apples', 'those houses'.
- 'These apples are red.' (Deze appels zijn rood.)
Massanouns (niet-telbare zelfstandige naamwoorden)
- Onverdeelbare stoffen of abstracties gebruiken de enkelvoudsvorm: 'this information', 'that water'.
- 'This information is useful.' (Deze informatie is nuttig.)
- Fout: 'these informations' (niet mogelijk). Gebruik: 'these pieces of information'.
Praktische constructies: 'one', 'ones' en '... of'
'one' en 'ones' om herhaling te vermijden
- Gebruik 'one' voor enkelvoudige vervanging: 'this one', 'that one'.
- 'Which shirt do you want?' — 'That one.' (Welke trui wil je? — Die daar.)
- Gebruik 'ones' voor meervoud: 'these ones', 'those ones'. Let op: vaak volstaat 'these' of 'those' zonder 'ones'.
- 'I prefer these.' / 'I prefer these ones.' (Beide mogelijk; korter is vaak beter.)
- Fout: 'this ones' is grammaticaal verkeerd (singulier demonstratief + meervoudige 'ones').
'... of' constructies: 'this kind of', 'these kinds of'
- Correcte combinaties:
- 'That kind of problem is common.' (Dat soort probleem komt vaak voor.)
- 'Those kinds of problems are hard to solve.' (Die soorten problemen zijn moeilijk op te lossen.)
- Meestal is 'that kind of problems' foutief; gebruik 'that kind of problem' of 'those kinds of problems'.
Veelvoorkomende fouten en hoe ze te corrigeren
1) 'this' gebruiken met meervoud
- Fout: 'This books are new.'
- Correct: 'These books are new.' (Deze boeken zijn nieuw.)
2) 'this ones' of 'that ones'
- Fout: 'I like this ones.'
- Correct: 'I like these ones.' of beter: 'I like these.' (Ik vind deze leuk.)
3) 'that' verwarren met voegwoord 'that'
- 'I think that he is right.' — hier is 'that' een voegwoord (complementizer), niet een demonstratief. Dergelijke zinnen hebben een andere functie dan 'that' als aanwijzer.
- Vertaling: 'Ik denk dat hij gelijk heeft.' (Niet: 'ik denk die ...')
4) Invloed van het Nederlands (geslacht en 'dit/deze')
- In het Nederlands kies je 'dit' of 'deze' op basis van 'de/het' en meervoud. In het Engels kies je alleen op basis van nabijheid en aantal. Dus: 'dit huis' = 'this house' en 'deze man' = 'this man' (beide 'this').
Handige vuistregels & tips
Snelkijkgids
- Ben je dichtbij? Gebruik 'this' (enkelvoud) of 'these' (meervoud).
- Is het verder weg? Gebruik 'that' (enkelvoud) of 'those' (meervoud).
- Is het niet-telbaar? Gebruik 'this' / 'that' (enkelvoud).
- Wil je het zelfstandig naamwoord niet herhalen? Gebruik 'this one', 'those ones' (of korter: 'this', 'those').
- Gebruik 'that' als voegwoord met zorg — het is niet hetzelfde als het aanwijzende 'that'.
Voorbeelden in één oogopslag (nabijheid en aantal)
- Near, singular: 'This pen is mine.' (Deze pen is van mij.)
- Far, singular: 'That pen is yours.' (Die pen is van jou.)
- Near, plural: 'These pens are new.' (Deze pennen zijn nieuw.)
- Far, plural: 'Those pens are old.' (Die pennen zijn oud.)
- Time (near): 'This week I'm busy.' (Deze week ben ik druk.)
- Time (far): 'That week in June was cold.' (Die week in juni was koud.)
- Discourse (introducing): 'This is what I propose.' (Dit is wat ik voorstel.)
- Discourse (referring back): 'You said that before.' (Je zei dat eerder.)
Glossarium
- Demonstrative / aanwijzend woord: een woord dat iets aanwijst of verwijst naar iets (in het Engels: 'this', 'that', 'these', 'those').
- Determiner / bijvoeglijk gebruik: wanneer het demonstratief vóór een zelfstandig naamwoord staat ('this book').
- Pronoun / zelfstandig gebruik: wanneer het demonstratief het zelfstandig naamwoord vervangt ('This is mine').
- Proximity / nabijheid: de fysieke of temporele afstand tussen spreker en het bedoelde object of moment.
- Singular / enkelvoud: één persoon of ding.
- Plural / meervoud: meer dan één persoon of ding.
- Mass noun / niet-telbaar zelfstandig naamwoord: een substantief dat normaal geen meervoudsvorm heeft (bv. 'information', 'water').
Samenvatting
- Gebruik 'this'/'these' voor dingen die dichtbij zijn; 'that'/'those' voor dingen verder weg.
- 'This' en 'that' zijn enkelvoudig; 'these' en 'those' zijn meervoudig.
- Engels kent geen grammaticaal geslacht — je hoeft niet te kiezen op basis van 'de/het'.
- Gebruik 'one/ones' om herhaling te vermijden en let op veelvoorkomende fouten zoals 'this books' of 'this ones'.
Met deze regels en voorbeelden kun je de juiste aanwijzende woorden in veel alledaagse situaties kiezen. Als je voorbeelden uit je eigen zinnen wilt bespreken, kan ik die bekijken en verbeteren.