Het gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (my, your, his, her, enz.)

A1

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in het Engels (my, your, his, her, its, our, their)

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden — in het Engels "possessive adjectives" of "possessive determiners" genoemd — geven aan van wie iets is of met wie iets verbonden is. Ze staan vóór het zelfstandig naamwoord en tonen de eigenaar (possessor). De belangrijkste vormen zijn: my, your, his, her, its, our, their.

Wat zijn bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden?

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden zijn korte woorden die direct vóór een zelfstandig naamwoord komen om bezit, relatie of eigenschap aan te geven.

Voorbeelden (Engels — Nederlands):
- my — mijn
- your — jouw / uw (informeel/jij vs formeel/u) / ook jullie in het meervoud
- his — zijn (voor een man)
- her — haar (voor een vrouw)
- its — zijn/haar (voor dieren of dingen; Engels gebruikt altijd "its")
- our — ons / onze (afhankelijk van het Nederlands: "ons" vóór het-woorden, "onze" vóór de-woorden en meervoud)
- their — hun / van hen

Kort: in het Engels kies je de vorm naar de eigenaar (I → my, he → his, enz.), niet naar het bezitte object.

Wanneer en waarom gebruik ik ze?

Gebruik ze wanneer je wilt aangeven wie iets bezit of bij wie iets hoort. Ze worden gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord of een zelfstandignaamwoordgroep.

Voorbeelden met uitleg:
- "This is my bag." — Dit is mijn tas. (eigenaar: I)
- "She called her mother." — Zij belde haar moeder. (eigenaar: she)
- "The dog wagged its tail." — De hond kwispelde met zijn/haar staart. (eigenaar: the dog)

Belangrijk: het bezittelijke woord verwijst naar de eigenaar (de persoon of zaak die iets bezit), niet naar het geslacht of aantal van het bezitselement.

Hoe worden ze gevormd? (regels en bijzonderheden)

- Ze zijn vaste woorden: my, your, his, her, its, our, their. Er komt geen apostrof bij (dus niet "your's" of "my's").
- Ze veranderen niet met het meervoud van het object: "my book" en "my books" gebruiken beide "my".
- De keuze hangt af van de eigenaar: I → my; you → your; he → his; she → her; it → its; we → our; they → their.
- 'His' kan zowel als bezittelijk bijvoeglijk naamwoord (his car) als bezittelijk voornaamwoord (The car is his) gebruikt worden. Voor 'its' is het als zelfstandig bezittelijk voornaamwoord bijna nooit losstaand gebruikt (we zeggen zelden "The tail is its").

Waar staan ze in de zin?

- Ze staan vóór het zelfstandig naamwoord: "my new phone", "their old house".
- Volgorde: bezittelijk bijvoeglijk naamwoord → bijvoeglijke naamwoorden → zelfstandig naamwoord.
Voorbeeld: "her beautiful red dress" (her + beautiful red + dress).
- Als je het zelfstandig naamwoord weghaalt, gebruik je een bezittelijk voornaamwoord: "This phone is mine." (niet "This phone is my").

Verschil met bezittelijke voornaamwoorden (mine, yours, his, hers, ours, theirs)

- Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (my, your, his, her, its, our, their) staan vóór een zelfstandig naamwoord: "my book".
- Bezittelijke voornaamwoorden (mine, yours, his, hers, its? (zeldzaam), ours, theirs) staan zelfstandig en vervangen het zelfstandig naamwoord: "This book is mine." (Dutch: "Dit boek is van mij.")

Voorbeelden:
- "This is my pen." — "This pen is mine."
- "Her idea was good." — "The idea was hers."

Let op: "his" wordt in beide vormen gebruikt: "his book" en "the book is his".

Speciale gevallen en uitzonderingen

- it's vs its: "it's" = "it is" of "it has" (contractie). "its" = bezittelijk. Voorbeeld: "It's raining." vs "The dog lost its collar." (Veelvoorkomende fout: schrijven van "it's" als bezittelijk.)

- Singular they / their: Engels gebruikt vaak "their" als onzijdig of geslachtsneutraal voor een onbekende persoon: "Someone left their umbrella." Dit is algemeen aanvaard in spreektaal en steeds vaker ook in geschreven taal.

- your (enkelvoud vs meervoud): Engels gebruikt hetzelfde woord voor 'jij/u' en 'jullie' (your). In het Nederlands maak je onderscheid (jouw, uw, jullie).

- its: in het Engels gebruik je "its" voor dieren en dingen. In het Nederlands kies je vaak "zijn" of "haar" afhankelijk van het woord of de gewoonte (bijv. "de kat likte zijn/haar poot").

- 's en of-constructie: Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden zijn niet hetzelfde als de 's-bezitvorm. "John's book" = "his book". Voor inanimates gebruikt men soms liever "the color of the car" i.p.v. "the car's color".

Veelgemaakte fouten — waar moet je op letten?

- Apostrof gebruiken bij bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden: fout: "your's", "my's". Correct: "your", "my".
- it's ≠ its: fout: "The dog lost it's collar." Correct: "The dog lost its collar." (it's = it is / it has)
- Verwisselen van eigenaar en object: fout: "John lost her keys." (als John een man is). Correct: "John lost his keys."
- Verwarring tussen her / hers en his: onthoud dat "her" vóór een zelfstandig naamwoord komt (her hat), en "hers" los kan staan (The hat is hers).
- Onterecht gebruik van "its" voor mensen: vermijd "its" bij mensen; gebruik "his", "her" of "their".

Voorbeelden met overeenstemming met de eigenaar (owner agreement)

Persoonsvormen en voorbeelden:
- I → my
- "I left my keys on the table." — "Ik heb mijn sleutels op tafel gelegd."
- "This is my book." — "Dit is mijn boek."

- You → your
- "Is this your phone?" — "Is dit jouw/uw telefoon?"
- Meervoud: "Are these your shoes?" — "Zijn dit jullie schoenen?" (Engels: your)

- He → his
- "He forgot his umbrella." — "Hij vergat zijn paraplu."
- "Mark found his wallet." — "Mark vond zijn portemonnee."

- She → her
- "She called her mother." — "Zij belde haar moeder."
- "Anna lost her keys." — "Anna verloor haar sleutels."

- It → its
- "The cat licked its paw." — "De kat likte zijn/haar poot."
- "The company announced its new policy." — "Het bedrijf kondigde zijn nieuwe beleid aan."

- We → our
- "We sold our car." — "We hebben onze/ons (afhankelijk van het Nederlands) auto verkocht." (Correct Nederlands: "We hebben onze auto verkocht." omdat "auto" een de-woord is.)
- "Our house is big." — "Ons huis is groot." (huis = het-woord → "ons")

- They → their
- "The students handed in their homework." — "De studenten leverden hun huiswerk in."
- Meervoudige eigenaren: "Tom and Sarah brought their dog." — "Tom en Sarah brachten hun hond."

Singular they (neutraal):
- "Someone left their umbrella." — "Iemand heeft zijn of haar paraplu achtergelaten." (In informele moderne Engels is "their" gebruikelijk; in het Nederlands vaak "zijn of haar" / 'iemand heeft z'n/haar...')

Voorbeelden met eigenaar als naam (duidelijk overeenstemming):
- "John washed his car." — "John waste zijn auto." (eigenaar: John → his)
- "Maria invited her friends." — "Maria nodigde haar vrienden uit." (eigenaar: Maria → her)
- "The dogs wagged their tails." — "De honden kwispelden met hun staarten." (meerdere honden → their)

Kort woordenlijst (glossarium)

- Bezittelijk bijvoeglijk naamwoord (possessive adjective / determiner): woord vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit aangeeft (my, your, ...).
- Bezittelijk voornaamwoord (possessive pronoun): vervangt het zelfstandig naamwoord (mine, yours, his, hers, ours, theirs).
- Possessor: de eigenaar (de persoon/zaak die iets bezit).
- Apostrof: het teken (') dat niet gebruikt wordt bij bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (wel bij bezitsvorm met 's zoals "John's").
- Contractie: samenvoeging van woorden met een apostrof, bv. "it's" = "it is".

Samenvatting

- Gebruik my, your, his, her, its, our, their vóór een zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
- Kies de vorm op basis van de eigenaar (I → my, he → his, enz.).
- Geen apostrof bij deze woorden (niet "your's").
- Let op: "it's" ≠ "its".
- Verschil tussen bijvoeglijk (my book) en voornaamwoordelijk gebruik (the book is mine).

Als je deze regels onthoudt en veel voorbeelden leest/luistert, wordt het gebruik van de Engelse possessive adjectives vanzelfsprekend. Succes!

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York