Duits Grammar Guide

Learning Duits in Nederlands

In:

A1 Topics (22)

Basiswoordvolgorde in hoofdzinnen (onderwerp-werkwoord-voorwerp)

Grammar guide for Basic word order in main clauses (subject-verb-object) in nl

Grammaticaal geslacht en lidwoorden voor zelfstandige naamwoorden (der, die, das)

Grammar guide for Grammatical gender and noun articles (der, die, das) in nl

Bepaalde en onbepaalde lidwoorden in de nominatief

Grammar guide for Definite and indefinite articles in the nominative case in nl

Meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden

Grammar guide for Plural forms of nouns in nl

Persoonlijke voornaamwoorden (onderwerpsvormen) en de werkwoorden sein en haben

Grammar guide for Personal pronouns (subject forms) and the verbs sein & haben in nl

Vervoeging van de tegenwoordige tijd van regelmatige en veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden

Grammar guide for Present tense conjugation of regular and common irregular verbs in nl

Ontkenning met 'nicht' en 'kein' (zinnen negatief maken)

Grammar guide for Negation with nicht and kein (making sentences negative) in nl

Vorming van ja/nee‑vragen en W‑vragen (werkwoord‑eerst, vraagwoorden)

Grammar guide for Forming yes/no questions and W-questions (verb-first order, question words) in nl

Accusatief voor lijdend voorwerp (den, einen en accusatieve voornaamwoorden)

Grammar guide for Accusative case for direct objects (den, einen and accusative pronouns) in nl

Accusatieve voorzetsels (für, durch, ohne, enz.)

Grammar guide for Accusative prepositions (für, durch, ohne, etc.) in nl

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (mein, dein, sein, enz.) in eenvoudige zinnen

Grammar guide for Possessive adjectives (mein, dein, sein, etc.) in simple sentences in nl

Modale werkwoorden voor basisvaardigheid en verzoeken (können, möchten)

Grammar guide for Modal verbs for basic ability and requests (können, möchten) in nl

Scheidbare werkwoorden in de tegenwoordige tijd (plaatsing van het voorvoegsel)

Grammar guide for Separable verbs in the present tense (prefix placement) in nl

Gebiedende wijs (du-, ihr- en Sie-vormen)

Grammar guide for Imperative forms (du, ihr, Sie commands) in nl

Formeel versus informeel: voornaamwoorden (du vs Sie) en werkwoordsvormen

Grammar guide for Formal vs informal pronouns (du vs Sie) and verb forms in nl

Coördinerende voegwoorden (und, oder, aber, denn) die de woordvolgorde niet veranderen

Grammar guide for Coordinating conjunctions (und, oder, aber, denn) without word order change in nl

Uitdrukkingen van bestaan (es gibt + accusatief voor 'er is'/'er zijn')

Grammar guide for Expressions of existence (es gibt + accusative for there is/are) in nl

Het uitdrukken van voorkeuren en afkeer (gebruik van 'gern', 'lieber' en 'nicht gern')

Grammar guide for Expressing likes and dislikes (gern/lieber and nicht gern usage) in nl

Basale tijdsaanduidingen en woordvolgorde (gestern, heute, morgen aan het begin of het einde)

Grammar guide for Basic time phrases and word order (gestern, heute, morgen at beginning or end) in nl

Tijd en datum aangeven (met 'um' voor kloktijden en 'am'/'im' voor data en seizoenen)

Grammar guide for Telling time and date (using um, am, im with clock time and dates) in nl

Scheidbare en onscheidbare voorvoegsels bij werkwoorden (overzicht en voorbeelden)

Grammar guide for Separable vs inseparable verb prefixes (overview and examples) in nl

Werkwoord aan het einde in Duitse bijzinnen (met 'weil', 'dass', enz.)

Grammar guide for Verb-final word order in subordinate clauses (with Weil, Dass, etc.) in nl

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York