Duits Grammar Guide
Learning Duits in Nederlands
B1 Topics (20)
Betrekkelijke bijzinnen met betrekkelijke voornaamwoorden (der/die/das, denen, dessen, enz.)
Grammar guide for Relative clauses with relative pronouns (der/die/das, denen, dessen, etc.) in nl
Lijdende vorm in tegenwoordige en verleden tijd (wird gemacht, wurde gemacht)
Grammar guide for Passive voice in present and past (wird gemacht, wurde gemacht) in nl
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd) voor gebeurtenissen in het verre verleden
Grammar guide for Past perfect tense (Plusquamperfekt) for events in the distant past in nl
Voorwaardelijke zinnen (Wenn... würde + Infinitief / hätte/wäre + Partizip II)
Grammar guide for Conditional sentences (Wenn... würde + Infinitiv / hätte/wäre + Partizip II) in nl
Konjunktiv II voor beleefde verzoeken en hypothetische zinnen (würde, könnte, sollte)
Grammar guide for Konjunktiv II for polite requests and hypotheticals (würde, könnte, sollte) in nl
Indirecte rede met Konjunktiv I (gerapporteerde uitspraken)
Grammar guide for Indirect speech using subjunctive (reported statements with Konjunktiv I basics) in nl
Volledige adjectiefverbuiging (alle naamvallen met der-woorden en ein-woorden)
Grammar guide for Complete adjective declension (all cases with der-words and ein-words) in nl
Da- en wo-compounds (damit, worüber, wozu, enz. voor verwijzing naar dingen)
Grammar guide for Da- and wo-compounds (damit, worüber, wozu, etc. for referring to things) in nl
Werkwoorden met voorzetselvoorwerpen (warten auf, sich erinnern an, enz.)
Grammar guide for Verbs with prepositional objects (warten auf, erinnert sich an, etc.) in nl
Woordvolgorde van objecten (plaatsing van accusatief- en datiefobjecten in een zin)
Grammar guide for Word order of objects (placement of accusative and dative objects in a sentence) in nl
Plaatsing van 'nicht' en andere ontkenningen in verschillende zinstypen
Grammar guide for Position of "nicht" and other negatives in different sentence types in nl
Tijdsbepalende bijzinnen (bevor, nachdem, während, bis, seit)
Grammar guide for Subordinate clauses of time (bevor, nachdem, während, bis, seit) in nl
Meningen en gevoelens uitdrukken ("Ich denke, dass...", "Ich freue mich, dass...")
Grammar guide for Expressing opinions and feelings ("Ich denke, dass...", "Ich freue mich, dass...") in nl
Advies of suggesties geven (sollte man..., "Lass uns..." enz.)
Grammar guide for Giving advice or suggestions (sollte man..., Lass uns... etc.) in nl
Het werkwoord "lassen" voor "iets laten doen" of "iemand iets laten doen"
Grammar guide for The verb "lassen" for "having something done" or "letting" someone do something in nl
Verschillen tussen modale werkwoorden (müssen vs sollen, dürfen vs können)
Grammar guide for Differences between modal verbs (müssen vs sollen, dürfen vs können) in nl
Beleefde taal en het verzachten van bevelen (gebruik van 'doch', 'mal', 'bitte' in verzoeken)
Grammar guide for Polite speech and softening commands (using doch, mal, bitte in requests) in nl
Contrast en toegeving uitdrukken (obwohl, dennoch, trotzdem)
Grammar guide for Expressing contrast and concession (obwohl, dennoch, trotzdem) in nl