Contrast en toegeving uitdrukken (obwohl, dennoch, trotzdem)
B1Contrast en toegeving uitdrukken in het Duits: obwohl, dennoch, trotzdem
Wat is contrast?
Contrast geeft een tegenstelling tussen twee uitspraken: A staat tegenover B. In het Duits gebruik je verschillende woorden om die tegenstelling te verbinden of te benadrukken.
- Vorm en woordvolgorde:
- Bijzin: obwohl + onderwerp + rest ... + persoonsvorm (aan het einde)
- Hoofdzin blijft normale SVO- of V2-volgorde.
Voorbeelden:
- "Obwohl es regnete, gingen sie spazieren." (Hoewel het regende, gingen ze wandelen.)
- "Sie gingen spazieren, obwohl es regnete." (Ze gingen wandelen, hoewel het regende.)
- "Obwohl er müde war, arbeitete er weiter." (Hoewel hij moe was, werkte hij verder.)
- "Er arbeitete weiter, obwohl er müde war." (Hij werkte verder, hoewel hij moe was.)
- Met modale werkwoorden: "Obwohl sie nicht konnte, hat sie geholfen." (Hoewel ze niet kon, heeft ze geholpen.)
Veelgemaakte fouten met obwohl:
- Fout: "Obwohl er müde, ging er zur Arbeit." (ontbreekt persoonsvorm)
Correct: "Obwohl er müde war, ging er zur Arbeit."
- Fout: "Trotzdem er müde war, ging er zur Arbeit." (trotzdem is geen onderschikkend voegwoord)
Correct: "Obwohl er müde war, ging er zur Arbeit." of "Er war müde, trotzdem ging er zur Arbeit."
Synoniemen: "obgleich", "obschon", "wenngleich" — formeler of stijlvarianten; werking (werkwoordsplaats) blijft hetzelfde.
- Tonale nuance:
- trotzdem: algemener, neutraal, vaak in gesproken taal
- dennoch: iets formeler, literaire of geschreven stijl
- Plaats in de zin en woordvolgorde:
1) Begin van de hoofdzin (V2-inversie): dáár staat het bijwoord vooraan en volgt de persoonsvorm direct daarna.
- "Trotzdem ging er zur Arbeit." (Toch ging hij naar het werk.)
- "Dennoch blieb sie ruhig." (Desondanks bleef zij rustig.)
2) Midden in de hoofdzin (geen inversie): onderwerp + persoonsvorm + trotzdem/dennoch + rest
- "Er ging trotzdem zur Arbeit." (Hij ging toch naar het werk.)
- "Sie blieb dennoch ruhig." (Zij bleef desondanks rustig.)
3) Als verbindend element tussen twee zelfstandige zinnen:
- Je ziet vaak: punt / puntkomma / of, in veel spreek- en schrijftaal, een komma vóór trotzdem/dennoch.
- "Er war krank. Trotzdem kam er zur Arbeit." (Hij was ziek. Desondanks kwam hij naar het werk.)
- "Er war krank; trotzdem kam er zur Arbeit."
- "Er war krank, trotzdem kam er zur Arbeit." (veelgebruikt; formeel kun je punt of puntkomma prefereren)
Voorbeelden:
- "Sie hatte wenig Schlaf, trotzdem machte sie ihre Hausaufgaben." (Ze had weinig slaap, toch maakte ze haar huiswerk.)
- "Das Wetter war schlecht, dennoch gingen wir schwimmen." (Het weer was slecht, toch gingen we zwemmen.)
- "Er hat hart gearbeitet; dennoch ist das Ergebnis schwach." (Hij heeft hard gewerkt; desondanks is het resultaat zwak.)
- "Trotzdem hat er sich entschuldigt." (Toch heeft hij zich verontschuldigd.)
Let op: geen persoonsvorm op het einde na trotzdem/dennoch
- Fout: "Trotzdem er müde war, ging er zur Arbeit." (niet correct)
- Correct: "Obwohl er müde war, ging er zur Arbeit." of "Er war müde, trotzdem ging er zur Arbeit."
- Hoewel (obwohl) benadrukt de oorzaak/voorwaarde als een bijzin: "Obwohl X, (dus) Y" — X is de concessie in de bijzin.
- "Obwohl er viel gelernt hatte, bestand er die Prüfung nicht." (Hoewel hij veel had geleerd, slaagde hij niet.)
- Trotzdem/dennoch verbinden meestal twee zelfstandige uitspraken: "X. Trotzdem/Dennoch Y." Het geeft een resultaat of handeling die onverwacht is gezien X.
- "Er hat viel gelernt. Trotzdem hat er die Prüfung nicht bestanden." (Hij heeft veel geleerd. Desondanks is hij niet geslaagd.)
Nuance:
- Zowel "obwohl" als "trotzdem" kunnen beide in veel gevallen gebruikt worden, maar met verschil in woordsoort en stijl. "Obwohl" maakt de concessie grammaticaal onderdeel van de zin; "trotzdem" presenteert de tegenstelling meer losstaand en benadrukt het onverwachte effect.
Voorbeelden:
- "Obwohl es stark regnete, ging er trotzdem nach draußen." (Hoewel het hard regende, ging hij toch naar buiten.)
- "Obwohl sie wenig Zeit hatte, stellte sie dennoch ein gutes Ergebnis vor." (Hoewel ze weinig tijd had, presenteerde ze toch een goed resultaat.)
Uitleg: de obwohl-bijzin geeft de reden/tegenstelling, terwijl trotzdem/dennoch in de hoofdzin de onverwachte actie benadrukt.
- aber (maar): een eenvoudige tegenstellende nevenschikkende voegwoord. Neemt geen inversie mee en verandert de werkwoordsplaats niet.
- "Er ist müde, aber er arbeitet weiter." (Hij is moe, maar hij werkt door.)
- doch: kan woordelijker en wat sterker contrasterend zijn; vaak in gesproken taal.
- "Er ist müde, doch er arbeitet weiter." / "Er ist müde, er arbeitet doch weiter." (soorten nuances)
- jedoch: soortgelijk aan dennoch, iets formeler.
- "Das Buch ist teuer, jedoch sehr gut." (Het boek is duur, maar zeer goed.)
- trotz (voorzetsel): 'ondanks' + naamwoordgroep (gebruikt met genitief of in gesproken taal vaak met datief)
- "Trotz des Regens gingen wir spazieren." (Ondanks de regen gingen we wandelen.)
- Colloquiaal: "Trotz dem Regen gingen wir spazieren." (veel gesproken Duits)
- Verkeerde werkwoordplaats bij obwohl:
- Fout: "Obwohl er gestern gearbeitet, war er müde."
- Correct: "Obwohl er gestern gearbeitet hat, war er müde." (Bijzin: persoonsvorm aan het einde.)
- Verwarring tussen obwohl en trotzdem:
- Fout: "Trotzdem er krank war, blieb er zu Hause." (trotzdem hoort niet in voorwaarde-bijzin)
- Correct: "Obwohl er krank war, blieb er zu Hause." of "Er war krank, trotzdem blieb er zu Hause." (afhankelijk van wat je wil zeggen)
- Onterechte dubbele negatie of stijlbreuk:
- Probeer niet te veel redundantie: "Obwohl ... trotzdem ..."
- Mag, maar gebruik het spaarzaam: "Obwohl er viel aß, war er trotzdem nicht satt." (kan; maar twee keer toegeving is nadrukkelijk)
- Denk bij "obwohl" aan het Nederlandse "hoewel/ook al" en let op de werkwoordpositie (einde van de bijzin).
- Denk bij "trotzdem" aan "toch/desondanks": je kunt het aan het begin zetten (inversie) of achter het onderwerp laten (geen inversie).
- "Dennoch" is formeler dan "trotzdem"; gebruik "dennoch" in geschreven, zakelijke of formele teksten.
- Gebruik punt of puntkomma als je twee zelfstandige zinnen koppelt; een komma voor trotzdem/dennoch zie je veel, maar in formeel schrijven is punt/semicolon vaak netter.
- Onderschikkend voegwoord (subordinierende Konjunktion): een woord dat een bijzin introduceert, bijvoorbeeld "obwohl". Het verplaatst de persoonsvorm naar het einde van de bijzin.
- Bijzin (Nebensatz): een zin die niet zelfstandig kan staan en grammaticaal afhankelijk is van de hoofdzin.
- Hoofdzin (Hauptsatz): een zelfstandige zin met normale woordvolgorde (V2).
- Inversie: omwisseling van onderwerp en persoonsvorm (gebruikelijk wanneer een bijwoord op de eerste positie staat in een hoofdzin: "Trotzdem ging er.")
- Conjunctief bijwoord / verbindend bijwoord: woorden zoals "trotzdem/dennoch/daher/folglich" die zinnen verbinden zonder de werkwoordplaats in de bijzin te veranderen.
- Gebruik "obwohl" (hoewel) om een concessie als bijzin in te leiden; persoonsvorm helemaal aan het einde.
- Gebruik "trotzdem" of "dennoch" (desondanks/toch) om twee hoofdzinnen of uitspraken tegenover elkaar te zetten; "trotzdem" is neutraler/gesprokener, "dennoch" iets formeler.
- Let op woordvolgorde en interpunctie: begin je de tweede zin met trotzdem/dennoch dan volgt inversie; verbind je twee hoofdzinnen met deze bijwoorden dan is punt of puntkomma vaak formeler, een komma wordt in veel gevallen wel gebruikt.
Voorbeeldsamenvatting in een paar zinnen (Duits + Nederlandse vertaling):
- "Obwohl er krank war, ging er zur Arbeit." (Hoewel hij ziek was, ging hij naar het werk.)
- "Er war krank. Trotzdem ging er zur Arbeit." (Hij was ziek. Toch ging hij naar het werk.)
- "Es regnete; dennoch gingen wir spazieren." (Het regende; desondanks gingen we wandelen.)
Succes met oefenen — let vooral op woordvolgorde bij obwohl en op de positie van trotzdem/dennoch in de hoofdzin.