Duur aangeven (da + presente)
A2Duur aangeven (da + presente)
Wat betekent "da + presente" en waarom gebruiken we het?
In het Italiaans gebruik je "da" + een werkwoord in de presente (presente indicativo) om uit te drukken dat iets in het verleden begonnen is en nog steeds doorgaat in het heden. Het komt in het Nederlands overeen met zinnen als "sinds" of "al (ge)" en in het Engels met "have/has been ... for/since".
Voorbeeld:
- Studio l'italiano da tre anni. — Ik leer/s tudeer al drie jaar Italiaans. (begon 3 jaar geleden en gaat nog door)
Belangrijk: in het Italiaans wordt vaak de tegenwoordige tijd (presente) gebruikt waar het Engels de present perfect continuous gebruikt. Dat is een van de belangrijkste verschillen tussen de twee talen.
Wanneer gebruik je 'da + presente'?
1) Voor handelingen of toestanden die ooit begonnen en nog steeds aan de gang zijn
- Vivo qui da sei anni. — Ik woon hier al zes jaar. (ik woon er nog)
- Lavora in questa azienda da gennaio. — Hij/zij werkt sinds januari in dit bedrijf.
2) Voor een beginpunt in het verleden (since):
- Lavoro qui da marzo. — Ik werk hier sinds maart.
3) In ontkennende zinnen om aan te geven dat iets 'al' niet gebeurt sinds een bepaalde tijd:
- Non fumo da due anni. — Ik rook al twee jaar niet.
- Non lo vedo da tre settimane. — Ik heb hem al drie weken niet gezien.
4) Bij vragen naar duur of beginpunt:
- Da quanto tempo studi l'italiano? — Hoe lang studeer je Italiaans? (antwoord: Da tre anni.)
- Da quando sei vegetariano? — Sinds wanneer ben je vegetariër? (antwoord: Da gennaio.)
Hoe vorm je 'da + presente' precies?
Basisstructuur (twee vaak gebruikte volgorden):
- Onderwerp + werkwoord (presente) + da + tijdsaanduiding
Bijvoorbeeld: Studio l'italiano da tre anni.
- Da + tijdsaanduiding + onderwerp + werkwoord (presente)
Bijvoorbeeld: Da tre anni studio l'italiano.
Voorbeelden met verschillende werkwoorden en persoonsvormen (presente indicativo):
- Io studio l'italiano da tre anni. — Ik studeer Italiaans al drie jaar.
- Tu studi l'italiano da due mesi. — Jij studeert Italiaans al twee maanden.
- Lui/lei lavora qui da un anno. — Hij/zij werkt hier al een jaar.
- Noi abitiamo qui da cinque anni. — Wij wonen hier al vijf jaar.
- Voi andate in palestra da poco. — Jullie gaan nog maar kort naar de sportschool.
- Loro sono amici da quando avevano dieci anni. — Zij zijn vrienden sinds ze tien waren.
Plaatsing en klemtoon
- De tijdsbepaling kan vóór of ná het werkwoord staan. Voorin legt je iets nadruk op de duur: "Da tre anni studio l'italiano." Achteraan is neutraler: "Studio l'italiano da tre anni."
Verschil tussen 'da' en 'per' (en andere onderdelen die lijken op deze constructie)
- "Da + presente" = iets begon in het verleden en duurt nog voort.
- Studio l'italiano da tre anni. — Ik studeer Italiaans al drie jaar (en ik studeer nog).
- "Per + durata" wordt vaak gebruikt met voltooid tijden om een duur in het verleden aan te geven of om een geplande duur aan te geven.
- Ho studiato l'italiano per tre anni. — Ik heb (in het verleden) drie jaar Italiaans gestudeerd (maar nu niet meer).
- Vado a Roma per due mesi. — Ik ga (tijdelijk) twee maanden naar Rome.
- Vergelijking:
- Vivo a Roma da cinque anni. — Ik woon al vijf jaar in Rome (nog steeds).
- Ho vissuto a Roma per cinque anni. — Ik heb vijf jaar in Rome gewoond (maar nu niet meer).
Let op met 'da' als voorzetsel voor herkomst of plaats:
- "Vengo da Roma" betekent "Ik kom uit/van Rome" (herkomst), niet duur. Context bepaalt de betekenis van "da".
Vragen: Da quanto tempo? en Da quando? Wat is het verschil?
- "Da quanto tempo...?" vraagt naar de duur (hoe lang). Antwoord vaak met een periode (tre anni, due mesi, ecc.).
- Da quanto tempo studi l'italiano? — Da tre anni.
- "Da quando...?" vraagt naar het beginpunt of specifieke gebeurtenis (sinds wanneer / sinds welk moment of welke gebeurtenis).
- Da quando studi l'italiano? — Da quando ho iniziato il liceo. (Sinds ik met de middelbare school begon.)
Negaties, alternatieven en andere tijden
Negatie met 'da' + presente
- Non vedo Marco da due mesi. — Ik zie Marco al twee maanden niet.
- Non mangio carne da una settimana. — Ik eet al een week geen vlees.
Alternatief: presente progressivo (stare + gerundio) + da
- Sto studiando l'italiano da tre anni. — Ik ben al drie jaar Italiaans aan het studeren.
(Nadruk op het voortdurende karakter; grammaticaal én betekenis is de zin gelijkwaardig aan "Studio l'italiano da tre anni".)
Passato prossimo vs presente + da
- Ho smesso di fumare due anni fa. — Ik ben twee jaar geleden gestopt met roken.
- Non fumo da due anni. — Ik rook al twee jaar niet. (met presente benadruk je dat de toestand nog steeds geldt)
- È qui da due ore. — Hij is hier al twee uur. (nog steeds hier)
- È stato qui per due ore. — Hij is twee uur hier geweest. (waarschijnlijk vertrokken)
Veelvoorkomende fouten om te vermijden
- Fout: *Studio l'italiano per tre anni.* (met de bedoeling: ik studeer nog steeds)
Correct: Studio l'italiano da tre anni.
- Fout: *Ho lavorato qui da cinque anni.* (als je nog bij dat bedrijf werkt)
Correct: Lavoro qui da cinque anni.
(Als het werk in het verleden is en nu gestopt: Ho lavorato qui per cinque anni.)
- Verwarring tussen 'da' voor duur en 'da' voor herkomst:
- Vengo da Milano (herkomst) ≠ Vivo a Milano da dieci anni (duur).
- Onjuiste vraagvorm: *Quanto tempo studi l'italiano da?* -> Niet natuurlijk. Gebruik: "Da quanto tempo studi l'italiano?" of "Quanto tempo studi l'italiano?" (maar de eerste is duidelijker voor duur)
Praktische en uitgebreide voorbeelden (geordend naar type)
Directe duurbepalingen (jaren/maanden/dagen/uren/minuten):
- Studio l'italiano da tre anni. — Ik leer al drie jaar Italiaans.
- Vivo a Roma da sei mesi. — Ik woon al zes maanden in Rome.
- Non ti vedo da una settimana. — Ik zie je al een week niet.
- È in riunione da due ore. — Hij zit al twee uur in een vergadering.
- Aspetto l'autobus da venti minuti. — Ik wacht al twintig minuten op de bus.
Beginpunt (sinds + datum of moment):
- Lavoro qui da gennaio. — Ik werk hier sinds januari.
- Abito qui dal 2018. — Ik woon hier sinds 2018. (let op: da + il => dal)
- Da lunedì non mangio dolci. — Sinds maandag eet ik geen snoep meer.
Sinds een gebeurtenis / 'da quando' + bijzin:
- Siamo sposati da quando avevamo 25 anni. — Wij zijn getrouwd sinds we 25 waren.
- Da quando è arrivato, è sempre occupato. — Sinds hij is aangekomen, is hij altijd druk.
Relatieve/algemene uitdrukkingen met 'da':
- La conosco da sempre. — Ik ken haar al altijd / al heel lang.
- Lavoro qui da poco. — Ik werk hier nog maar kort.
- Non lo sento da allora. — Ik heb hem sindsdien niet meer gehoord.
Vragen en mogelijke korte antwoorden:
- Da quanto tempo sei vegetariano? — Da sei mesi.
- Da quando sei vegetariano? — Da gennaio.
Negatief gebruik (geen activiteit sinds X):
- Non fumo da due anni. — Ik rook al twee jaar niet meer.
- Non esco con loro da molto tempo. — Ik ga al lange tijd niet met hen uit.
Verschillende betekenissen van 'da' in context (ter vergelijking):
- Vengo da Napoli. — Ik kom uit Napels. (herkomst)
- Faccio il medico da dieci anni. — Ik werk als dokter al tien jaar. (duur)
Vergelijkbare constructies en veelvoorkomende verwarringen
- Presente (met da) vs passato prossimo + per:
- "Studio da tre anni" (nog steeds) ≠ "Ho studiato per tre anni" (in het verleden, nu niet meer).
- Stare + gerundio + da als alternatief:
- Sto imparando l'italiano da due anni = Imparo l'italiano da due anni (zelfde betekenis, nuance: nadruk op het proces).
- 'Da' kan ook een statische tijdsaanduiding (als bijwoord) zijn in zinnen als "Da ragazzo, giocavo a calcio." Dat betekent "Als jongen" of "toen ik een jongen was" (tijd in het verleden), en heeft een andere functie dan de duur-constructie.
Woordenlijst (glossarium)
- Presente indicativo: de tegenwoordige tijd in het Italiaans (io studio, tu studi, ecc.).
- Durata: duur (hoe lang iets duurt).
- Punto d'inizio: beginpunt (sinds wanneer / vanaf welk moment).
- Presente progressivo (stare + gerundio): een vorm om lopende handelingen te benadrukken (sto studiando).
- Passato prossimo: voltooid tegenwoordige tijd in het Italiaans (ho studiato) die vaak gebruikt wordt om afgeronde acties in het verleden te beschrijven.
- Da quanto tempo?: vraag naar de duur (Hoe lang?).
- Da quando?: vraag naar het beginpunt/sinds wanneer.
Kort overzicht / praktische tips
- Gebruik "presente + da" wanneer iets in het verleden begon en nog steeds doorgaat.
- Gebruik "per" met voltooidheden of als je een duur in het verleden wilt uitdrukken of bij geplande tijdelijke verblijven.
- Gebruik "Da quanto tempo...?" om te vragen naar de duur; "Da quando...?" vraagt naar het beginpunt.
- Als je wilt benadrukken dat iets nog bezig is, kun je ook "stare + gerundio + da" gebruiken.
Met deze regels en voorbeelden kun je vrijwel alle situaties waarin je in het Italiaans een duur wilt aangeven correct formuleren. Oefen door Nederlandse "sinds"/"al"-zinnen om te zetten naar Italiaans met "da + presente" en let op het verschil met tijdige verledenstijden.