Wederkerende werkwoorden (tegenwoordige tijd)
A1Wederkerende werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het Frans
Wederkerende werkwoorden in het Frans (les verbes pronominaux) zijn werkwoorden die een wederkerend voornaamwoord gebruiken: me, te, se, nous, vous (soms met elisie als m', t', s'). Dat voornaamwoord staat vóór het vervoegde werkwoord en geeft meestal aan dat het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert, dat twee of meer personen elkaar iets doen, of dat het werkwoord een idiomatische/pronominale betekenis heeft.
Wat betekent dit precies?
Echt wederkerend (subject doet iets aan zichzelf)
- Je me lave. — Ik was mij / ik was me.
- Elle se brosse les dents. — Zij poetst haar tanden.
Wederkerig (elkaar)
- Nous nous aimons. — Wij houden van elkaar.
- Ils se parlent tous les jours. — Zij spreken elkaar elke dag.
Idiomatisch / pronominaal (geen echte wederkerigheid; vaste uitdrukkingen)
- Je me souviens de toi. — Ik herinner me jou.
- Elle s'en va. — Zij gaat weg.
Passief-achtig of algemene betekenis
- Ça se vend bien. — Dat verkoopt goed / Dat wordt goed verkocht.
- Ça se dit. — Dat wordt gezegd / Dat kun je zo zeggen.
Wanneer gebruik je een wederkerend voornaamwoord?
- Altijd wanneer het werkwoord pronominaal is (het hoort bij het werkwoord): se laver, s'habiller, s'appeler, se souvenir, enz.
- Soms verandert de betekenis als je het werkwoord pronominaal maakt: appeler (iemand bellen/roepen) ≠ s'appeler (heten).
- Sommige werkwoorden zijn bijna altijd pronominaal in het Frans (se souvenir, s'enfuir, s'ennuyer).
Hoe worden wederkerende werkwoorden gevormd in de tegenwoordige tijd?
Wederkerende voornaamwoorden (kort overzicht)
- je → me (m')
- tu → te (t')
- il/elle/on → se (s')
- nous → nous
- vous → vous
- ils/elles → se (s')
Formule: onderwerp + wederkerend voornaamwoord + vervoegd werkwoord
Voorbeeld met se laver (regelmatig -er):
- Je me lave. — Ik was me.
- Tu te laves. — Jij wast je.
- Il/Elle se lave. — Hij/zij wast zich.
- Nous nous lavons. — Wij wassen ons.
- Vous vous lavez. — U/jullie wast/wassen je.
- Ils/Elles se lavent. — Zij wassen zich.
Elisie voor m', t', s'
- Je m'habille. — Ik kleed me aan.
- Tu t'adores. — Jij aanbidt (mij) niet — voorbeeld van elisie voor t'.
- Il s'appelle Marc. — Hij heet Marc.
Spelling- en stamveranderingen (let op dezelfde regels als niet-pronominale werkwoorden)
- Se lever (e → è):
- Je me lève. / Tu te lèves. / Il se lève. / Nous nous levons. / Vous vous levez. / Ils se lèvent.
- S'appeler (dubbele l / -er):
- Je m'appelle. / Tu t'appelles. / Il s'appelle. / Nous nous appelons. / Vous vous appelez. / Ils s'appellent.
- S'ennuyer (y → i behalve nous/vous):
- Je m'ennuie. / Tu t'ennuies. / Il s'ennuie. / Nous nous ennuyons. / Vous vous ennuyez. / Ils s'ennuient.
- Se souvenir (onregelmatig, alsof het van venir afgeleid is):
- Je me souviens. / Tu te souviens. / Il se souvient. / Nous nous souvenons. / Vous vous souvenez. / Ils se souviennent.
- S'asseoir (twee aanvaarde vormen):
- Je m'assieds of je m'assois. / Nous nous asseyons of nous nous assoyons / Ils s'assoient of s'asseyent.
Negatie (ontkenning) in zinnen met wederkerende werkwoorden
Plaats van ne ... pas: ne staat vóór het wederkerend voornaamwoord en pas ná het vervoegde werkwoord.
- Je ne me lave pas. — Ik was me niet.
- Elle ne s'appelle pas Claire. — Zij heet niet Claire.
Opmerking: in gesproken, informeel Frans wordt ne vaak weggelaten: "Je me lave pas." (vermijd dit in formele teksten).
Vragende zinnen met wederkerende werkwoorden
1) Met est-ce que
- Est-ce que tu te sens bien ? — Voel je je goed?
- Est-ce que vous vous souvenez de moi ? — Herinnert u zich mij?
2) Met inversie
- Te sens-tu bien ? — Voel jij je goed?
- Se lave-t-il tous les matins ? — Wast hij zich elke ochtend?
Let op: bij inversie blijft het wederkerend voornaamwoord vóór het werkwoord; het onderwerp (je, tu, il...) komt na het werkwoord met een koppelteken. Bij een klinkerbotsing wordt soms een -t- ingevoegd: Se lave-t-il ?
Gebiedende wijs (imperatief) — speciale plaatsing van het voornaamwoord
Affirmatief (gebiedende wijs positief): het wederkerend voornaamwoord wordt NA het werkwoord en krijgt de vormen toi / nous / vous (niet te / me):
- Lève-toi ! — Sta op!
- Habille-toi. — Kleed je aan.
- Asseyez-vous. — Gaat u zitten / Ga zitten (formeel/meervoud).
Negatief: hetzelfde als bij gewone zinnen — ne + wederkerend voornaamwoord + werkwoord + pas:
- Ne te lève pas ! — Sta niet op!
- Ne vous couchez pas trop tard. — Gaat u niet te laat naar bed.
Verschil in betekenis tussen pronominaal en niet-pronominaal gebruik
Soms verandert de betekenis als je het wederkerend voornaamwoord toevoegt:
- appeler (roepen/bellen) → s'appeler (heten)
- J'appelle Marie. — Ik roep Marie.
- Je m'appelle Marie. — Ik heet Marie.
- changer → se changer
- Je change la couche. — Ik verschoon de luier.
- Je me change. — Ik verkleed me / ik kleed me om.
Veelgemaakte fouten en tips om ze te vermijden
- Foute plaatsing van voornaamwoord: "Je lave me" (fout) → juist: "Je me lave".
- Vergeten van elisie: "Je me appelle" (fout) → juist: "Je m'appelle".
- Negatie verkeerd plaatsen: "Je me ne lave pas" (fout) → juist: "Je ne me lave pas".
- Imperatief fout: "Lève-te !" (fout) → juist: "Lève-toi !".
- Verkeerde vertaling naar het Nederlands: je m'appelle → niet "Ik noem mezelf" maar "Ik heet ...".
- Verwarring tussen wederkerig en wederkerig-elkaars: begrijp of het "je me" (zelf) of "nous nous" (elkaar) is.
Handig overzicht met voorbeelden (veelvoorkomende werkwoorden)
- se réveiller — Je me réveille à 7h. — Ik word om 7 uur wakker.
- se lever — Je me lève à 7h. — Ik sta om 7 uur op.
- s'habiller — Je m'habille vite. — Ik kleed me snel aan.
- se laver — Nous nous lavons les mains. — Wij wassen onze handen.
- s'appeler — Je m'appelle Thomas. — Ik heet Thomas.
- se sentir — Tu te sens bien ? — Voel je je goed?
- s'ennuyer — Ils s'ennuient en cours. — Zij vervelen zich in les.
- se souvenir (de) — Je me souviens de cette chanson. — Ik herinner me dat lied.
- s'entendre (bien) — Nous nous entendons bien. — We kunnen goed met elkaar opschieten.
- se promener — Je me promène dans le parc. — Ik wandel in het park.
- s'asseoir — Assieds-toi ! / Asseyez-vous ! — Ga zitten!
- se rendre compte — Je me rends compte que... — Ik realiseer me dat...
Kort stappenplan voor het vormen van de tegenwoordige tijd
1) Bepaal het onderwerp (je, tu, il, nous, vous, ils).
2) Kies het juiste wederkerend voornaamwoord (me, te, se, nous, vous, se — m', t', s' voor elisie).
3) Conjugueer het werkwoord zoals normaal in de présent (let op stamveranderingen).
4) Plaats "ne ... pas" om te ontkennen (ne vóór het voornaamwoord, pas na het werkwoord).
5) Voor de gebiedende wijs: plaats het voornaamwoord NA het werkwoord (toi/nous/vous) en voeg koppelteken toe.
Korte opmerking over samengestelde tijden (ter voorkoming van verwarring)
Hoewel dit artikel over de tegenwoordige tijd gaat: weet dat in de passé composé pronominale werkwoorden het hulpwerkwoord être gebruiken. Het voltooid deelwoord kan soms in geslacht en aantal overeenkomen met het onderwerp (of met een voorafgaand lijdend voorwerp). Voorbeeld:
- Elle s'est lavée. — Zij heeft zich gewassen. (meestal akkoord omdat het wederkerend voorwerp gelijk staat aan onderwerp)
- Elle s'est lavé les mains. — Zij heeft haar handen gewassen. (geen akkoord omdat "les mains" lijdend voorwerp is en ná het werkwoord staat)
Glossarium
- Wederkerend voornaamwoord: me/te/se/nous/vous — geeft aan dat de handeling teruggaat naar het onderwerp.
- Pronominaal werkwoord: werkwoord dat een wederkerend voornaamwoord vereist (verbes pronominaux).
- Elisie: het weglaten van de klinker en toevoegen van een apostrof (m', t', s').
- Inversie: vraag maken door onderwerp en werkwoord om te draaien (verb-subject met koppelteken).
- Imperatief (gebiedende wijs): directe aanroepvorm; bij pronominale werkwoorden verandert de positie van het voornaamwoord in de affirmatieve vorm.
Als je deze regels en voorbeelden kent, kun je de meeste wederkerende werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct gebruiken. Begin met het leren van de voornaamwoorden (me/te/se/nous/vous) en oefen met een paar veelgebruikte pronominale werkwoorden (se lever, s'appeler, se laver, s'ennuyer).