Onbepaalde voornaamwoorden (quelqu’un, quelque chose, chacun, enz.)
B1Onbepaalde voornaamwoorden in het Frans (quelqu’un, quelque chose, chacun, enz.)
Onbepaalde voornaamwoorden (pronom indéfini) verwijzen naar een niet-nauwkeurig bepaalde persoon of zaak: iemand, iets, iedereen, niemand, enz. Ze vervangen een zelfstandig naamwoord zonder precies te zeggen wie of wat. In deze uitleg (in het Nederlands) vind je when je welke vorm gebruikt, hoe ze gevormd en vervoegd worden, veel voorbeelden in het Frans en correcte Nederlandse vertalingen.
Wanneer gebruik je onbepaalde voornaamwoorden?
Algemene functie
- Om te spreken over een onbepaalde of onbekende persoon: "Quelqu’un a frappé." (Iemand heeft geklopt.)
- Om te spreken over een onbepaalde zaak: "Il y a quelque chose sur la table." (Er ligt iets op de tafel.)
- Om te zeggen "iedereen" of "niemand", of om te benadrukken "elk(e)" of "sommigen".
Praktische notities
- Veel onbepaalde voornaamwoorden worden anders gebruikt in bevestigende en negatieve zinnen (zie verder bij negatie).
- Sommige woorden zijn onveranderlijk (bijv. quelque chose), andere hebben vormen voor geslacht en getal (bijv. quelques-uns / quelques-unes, tout/tous/toute/toutes).
Belangrijkste onbepaalde voornaamwoorden: lijst, betekenis en voorbeelden
1) quelqu’un (iemand) en enkele varianten
- Betekenis: iemand (persoon). Gebruik alleen voor personen.
- Vorm: quel·qu’ + un → "quelqu’un" (let op de apostrof). De enkelvoudsvorm is grammaticaal mannelijk maar kan naar mannen of vrouwen verwijzen.
- Plurale verwijzing: "quelques-uns" / "quelques-unes" (enkele, sommigen). Deze meervoudsvormen stemmen in geslacht.
Voorbeelden:
- "Quelqu’un frappe à la porte." → "Iemand klopt op de deur."
- "J’ai vu quelqu’un dans la rue." → "Ik heb iemand op straat gezien."
- "Je cherche quelqu’un de fiable." → "Ik zoek iemand die betrouwbaar is." (let op: "quelqu’un de + bijv.")
- "Quelqu’un d’autre peut aider ?" → "Kan iemand anders helpen?" ("quelqu’un d’autre")
- Plural: "J’ai invité des amis; quelques-uns sont venus." → "Ik heb vrienden uitgenodigd; enkelen zijn gekomen."
Veelgemaakte fout (quelqu’un vs iemand): in het Frans gebruik je in een bevestigende zin nooit "personne" om iemand aan te duiden; dat is negatief. Dus: "J’ai vu quelqu’un." (goed) ≠ "J’ai vu personne." (fout in standaardtaal).
2) quelque chose (iets)
- Betekenis: iets (voor zaken/dingen, niet voor personen).
- Vorm: twee woorden: "quelque chose". Verandert niet naar geslacht of getal.
- Bij gebruik met een bijvoeglijk naamwoord: "quelque chose de + bijv. (en bij klinker: d’)": "quelque chose d’intéressant".
Voorbeelden:
- "Il y a quelque chose sur la table." → "Er ligt iets op de tafel."
- "J’ai entendu quelque chose." → "Ik heb iets gehoord."
- "Il y a quelque chose d’étrange ici." → "Er is hier iets vreemds."
Tegenhanger in negatieve zinnen: "rien" (niets).
- "Je n’ai rien vu." → "Ik heb niets gezien."
- "Rien ne se passe." → "Er gebeurt niets."
3) chacun / chacune en chaque (elk, ieder)
- "chaque" is een bijvoeglijk voornaamwoord: staat vóór een zelfstandig naamwoord en betekent "elk/iedere": "chaque élève" → "elke leerling".
- "chacun" / "chacune" is een zelfstandig voornaamwoord (vervangt het zelfstandig naamwoord): "chacun a son avis." → "ieder heeft zijn mening."
- Werkwoord is enkelvoud bij "chacun".
Voorbeelden:
- "Chaque élève a un livre." → "Elke leerling heeft een boek."
- "Chacun a son propre avis." → "Ieder heeft zijn eigen mening."
- "Chacune des participantes a gagné un prix." → "Elke deelneemster heeft een prijs gewonnen." (let op: enkelvoudig werkwoord)
4) tout / tous / toute / toutes en tout le monde (alles, iedereen)
- "tout" heeft meerdere functies: bijwoord, bijvoeglijk naamwoord en voornaamwoord.
- "Tout le monde" = iedereen (neemt een enkelvoudig werkwoord): "Tout le monde est là." → "Iedereen is hier."
- "Tous les élèves" = alle leerlingen (meervoud): "Tous les élèves sont là." → "Alle leerlingen zijn hier."
- Als zelfstandig voornaamwoord na woordelijk gezegde: "Ils sont tous partis." → "Zij zijn allemaal vertrokken." ("tous" staat nu achter het onderwerp)
Voorbeelden:
- "Tout va bien." → "Alles gaat goed."
- "Ils ont mangé tout le gâteau." → "Ze hebben de hele taart opgegeten."
- "Tout le monde est content." → "Iedereen is blij."
5) personne (niemand)
- Betekenis: niemand. Gebruikt in negatieve zinnen of als onderwerp met "ne" vóór het werkwoord: "Personne n’est venu." (Niemand is gekomen.)
Voorbeelden:
- "Je n’ai vu personne." → "Ik heb niemand gezien."
- "Personne n’a répondu." → "Niemand heeft geantwoord."
- "Il n’y a personne ici." → "Er is hier niemand."
6) rien (niets)
- Betekenis: niets. In objectpositie vaak als "ne ... rien" (negatie). Als onderwerp: "Rien n’est certain." → "Niets is zeker."
Voorbeelden:
- "Je ne veux rien." → "Ik wil niets."
- "Rien ne m’intéresse." → "Niets interesseert me."
- "Il n’y a rien à faire." → "Er is niets te doen."
7) aucun / aucune (geen/enkel geen)
- Betekenis: geen enkel(e). Vaak gebruikt in combinatie met ontkenning (ne ... aucun(e)). Het staat voor een zelfstandig naamwoord en is meestal enkelvoud en moet in getal en geslacht overeenkomen.
Voorbeelden:
- "Je n’ai aucun problème." → "Ik heb geen enkel probleem."
- "Aucune des réponses n’est correcte." → "Geen van de antwoorden is correct."
- "Aucun élève n’est absent." → "Geen enkele leerling is afwezig."
8) certains / certaines en quelques-uns / quelques-unes (sommigen, enkelen)
- "certains" / "certaines": sommige, sommige mensen/dingen. Werkwoord staat in meervoud.
- "quelques-uns" / "quelques-unes": vervangend voornaamwoord voor "quelques + znw" (enkelingen). Krijgt koppelstreepje: "quelques-uns".
Voorbeelden:
- "Certains pensent que c’est facile." → "Sommigen denken dat het makkelijk is."
- "J’ai lu plusieurs livres; certains m’ont plu." → "Ik heb meerdere boeken gelezen; sommige bevielen me."
- "J’ai des pommes; quelques-unes sont pour toi." → "Ik heb appels; enkelen zijn voor jou."
9) autre / d’autres / les autres (ander(e), de anderen)
- "quelqu’un d’autre" = iemand anders. "d’autres" = anderen (zonder bepaalde bepaling).
Voorbeelden:
- "Donne-le à quelqu’un d’autre." → "Geef het aan iemand anders."
- "Les autres attendent dehors." → "De anderen wachten buiten."
- "J’en connais d’autres." → "Ik ken er nog anderen."
10) on (men / we / je algemeen)
- "On" is een onbepaald voornaamwoord dat vaak "men" of informeel "we" betekent. Werkwoord is derde persoon enkelvoud: "On va".
Voorbeelden:
- "On dit que..." → "Men zegt dat... / Er wordt gezegd dat..."
- "On va au cinéma ce soir ?" → "Gaan we vanavond naar de bioscoop?" (in spreektaal = wij)
- "On m’a aidé." → "Men heeft mij geholpen. / Iemand heeft me geholpen." (Let op: in schrijftaal formeel blijft derde persoon enkelvoud. In gesproken taal hoor je soms meervoudsovereenkomst: "On est allés", maar formeel is dat niet standaard.)
11) la plupart / plusieurs (de meeste, meerdere)
- "La plupart (des ...)" = de meerderheid / de meeste. Meestal gevolgd door "des" + zelfstandig naamwoord.
- "Plusieurs" = meerdere / verscheidene (altijd meervoudelijke betekenis).
Voorbeelden:
- "La plupart des gens aiment le chocolat." → "De meeste mensen houden van chocolade."
- "Plusieurs étudiants ont réussi l’examen." → "Meerdere studenten zijn geslaagd voor het examen."
Negatie en plaatsing van onbepaalde voornaamwoorden
Basispatronen met "ne"]
- Objectnegatie: "ne + werkwoord + personne/rien" → "Je n’ai vu personne." / "Je n’ai rien vu."
- Subjectnegatie: "Personne/Rien + ne + werkwoord" → "Personne n’est venu." / "Rien ne se passe."
- Met "aucun": vaak "ne ... aucun(e) + zelfstandig naamwoord" → "Je n’ai aucune idée." / "Aucun d’entre eux n’a réussi."
Let op: spreektaal vs schrijftaal
- In gesproken Frans wordt "ne" vaak weggelaten: "J’ai vu personne." (informeel). In geschreven en formeel Frans moet je "ne" gebruiken: "Je n’ai vu personne.".
Specifieke voorbeelden ter vergelijk
- Correct (object): "Je n’ai vu personne." → "Ik heb niemand gezien."
- Correct (subject): "Personne n’est venu." → "Niemand is gekomen."
- Fout (in formeel Frans): "J’ai vu personne." → schrijf: "Je n’ai vu personne."
Overeenkomst (geslacht en getal) en speciale gevallen
Enkele regels die vaak verwarren
- "Chacun / chacune" is altijd enkelvoud; werkwoord staat dus in enkelvoud: "Chacun a répondu." → niet "Chacun ont répondu."
- "Aucun / aucune" staat in het enkelvoud en vereist enkelvoudig werkwoord: "Aucun élève n’a réussi."
- "Quelqu’un" is enkelvoud en meestal mannelijk in vorm, maar verwijst naar man of vrouw. Gebruik "quelques-uns" / "quelques-unes" voor meervoud en let op geslacht: "quelques-unes" als alleen vrouwen bedoeld zijn.
- "Tout le monde" neemt een enkelvoudig werkwoord: "Tout le monde est prêt."
- "Ils sont tous partis": hier is "tous" meervoud en moet overeenkomen met onderwerp qua betekenis.
"Quelque chose de" vs "Quelque chose qui"]
- "Quelque chose de + bijv." = "iets + bijvoeglijk naamwoord": "Il a dit quelque chose d’important." → "Hij zei iets belangrijks."
- "Quelque chose qui + werkwoord" = "iets dat/waar...": "Il y a quelque chose qui cloche." → "Er is iets dat niet klopt."
Veelgemaakte fouten en handige tips
- Fout: "J’ai vu personne." (formeel fout) Correct: "Je n’ai vu personne."
- Fout: "Quelque chose beau." Correct: "Quelque chose de beau." (gebruik "de" bij bijvoeglijk naamwoord)
- Fout: "Chaque des étudiants sont..." Correct: "Chacun des étudiants a..." of "Chaque étudiant est..." ("chaque" vóór znw; "chacun" vervangt znw)
- Fout: "Tout le monde sont là." Correct: "Tout le monde est là." (enkelvoud)
- Fout: "Quelqu’un autre" Correct: "Quelqu’un d’autre." (gebruik "d’autre")
- Fout: "J’ai quelques." Correct: "J’en ai quelques-uns/quelques-unes." of "J’ai quelques livres." ("quelques" moet óf een zelfstandig naamwoord volgen, óf vervangen worden door "quelques-uns")
Handige tip: leer de meest gebruikte patronen met "ne ... rien/personne/aucun" en met "quelque chose de" en "quelqu’un de". Let op plaatsing van "ne" en op of het voornaamwoord subject of object is.
Snelle referentie: overzicht van veelvoorkomende onbepaalde voornaamwoorden
- quelqu’un → iemand
- quelque chose → iets
- quelqu’un d’autre → iemand anders
- quelque chose d’important → iets belangrijks
- personne → niemand
- rien → niets
- chacun / chacune → ieder(een) / elk(een)
- chaque → elke (altijd vóór een zelfstandig naamwoord)
- tout / tous / toute / toutes → alles / allen / heel(e)
- tout le monde → iedereen
- quelques-uns / quelques-unes → enkelen / sommige (vervangend)
- certains / certaines → sommigen
- aucun / aucune → geen enkel(e)
- la plupart → de meeste
- plusieurs → meerdere
- on → men / we (informeel)
Woordenlijst (kort glossarium)
- Voornaamwoord (pronom): woord dat een zelfstandig naamwoord vervangt (bijv. "il", "je", "quelqu’un").
- Onbepaald (indéfini): niet specifiek of niet exact bepaald (iemand, iets, sommigen).
- Subject / onderwerp: wie het werkwoord uitvoert ("Quelqu’un est venu." → 'quelqu’un' is onderwerp).
- Object / lijdend voorwerp: wie of wat de handeling ondergaat ("J’ai vu quelqu’un." → 'quelqu’un' is object).
- Negatie: ontkenning met "ne" + negatief voornaamwoord (formeel). In gesproken taal wordt "ne" vaak weggelaten.
Slotopmerkingen
Onbepaalde voornaamwoorden in het Frans zijn essentieel voor alledaagse communicatie. Let vooral op: 1) of je naar een persoon of naar een ding verwijst (gebruik "quelqu’un" vs "quelque chose"), 2) of de zin negatief is (gebruik "ne ... rien/personne/aucun"), en 3) hoe geslacht en getal overeenkomen (bijv. "quelques-uns" vs "quelques-unes").
Beste manier om ze te leren: lees veel Franse zinnen, let op de voorbeeldpatronen hierboven, en oefen herkennen in context (vooral negatie en combinatie met bijvoeglijke naamwoorden).