Tegenwoordige voltooide tijd voor ervaringen en het recente verleden
A2Present perfect (pretérito perfecto compuesto) voor ervaringen en recent verleden (Spaans)
Deze gids legt in eenvoudige taal uit wat de Spaanse present perfect (pretérito perfecto compuesto) betekent, wanneer je hem gebruikt, hoe je hem vormt en welke fouten je het beste kunt vermijden. De uitleg is in het Nederlands; voorbeelden zijn in het Spaans met Nederlandse vertaling.
Wanneer gebruik ik de present perfect?
- He visitado París. — Ik heb Parijs bezocht.
- ¿Has probado sushi alguna vez? — Heb je ooit sushi geproefd?
- Nunca he estado en China. — Ik ben nog nooit in China geweest.
- Siempre he querido viajar a Japón. — Ik heb altijd al naar Japan willen reizen.
- He comido. — Ik heb gegeten. (dus ik heb nu geen honger)
- He perdido las llaves. — Ik heb mijn sleutels verloren. (ik heb ze nu niet)
- ¿Has oído las noticias? — Heb je het nieuws gehoord? (relevantie nu)
- Hoy he llamado a mi madre. — Vandaag heb ik mijn moeder gebeld.
- Esta semana hemos trabajado mucho. — Deze week hebben we veel gewerkt.
- Este año he leído cinco libros. — Dit jaar heb ik vijf boeken gelezen.
Opmerking: In Spanje is dit gebruik sterker; in veel gebieden van Latijns‑Amerika wordt voor recente gebeurtenissen vaker de simple past (pretérito indefinido) gebruikt. Zie verderop.
Hoe wordt de present perfect gevormd?
- Yo he
- Tú has
- Él / Ella / Usted ha
- Nosotros hemos
- Vosotros habéis (Spanje)
- Ellos / Ellas / Ustedes han
Voorbeelden:
- Yo he comido. — Ik heb gegeten.
- Tú has ido a la tienda. — Jij bent naar de winkel gegaan.
- Él ha terminado. — Hij heeft het afgemaakt.
- Nosotros hemos visto la película. — Wij hebben de film gezien.
- Vosotros habéis aprendido mucho. — Jullie hebben veel geleerd. (gebruikelijk in Spanje)
- Ustedes han hecho un buen trabajo. — U heeft goed werk geleverd. (formeel/meervoud, Latijns‑Amerika)
- Werkwoorden op -ar → stam + -ado (hablar → hablado)
- Werkwoorden op -er / -ir → stam + -ido (comer → comido, vivir → vivido)
Voorbeelden:
- hablar → He hablado con ella. — Ik heb met haar gesproken.
- comer → Has comido demasiado. — Je hebt te veel gegeten.
- vivir → Hemos vivido aquí. — We hebben hier gewoond.
- leer → He leído ese libro. — Ik heb dat boek gelezen.
Belangrijk: Het voltooid deelwoord verandert niet van vorm naar geslacht of aantal wanneer het gecombineerd wordt met haber. Je zegt altijd: He comido, Ha leído, Hemos visto — niet *He comidos of *Ha leída.
Welke tijdsaanduidingen passen (en welke niet)?
- hoy — Hoy he hablado con mi profesor. — Vandaag heb ik met mijn docent gesproken.
- esta mañana / esta tarde / esta semana / este mes / este año — Esta semana he ido al gimnasio tres veces. — Deze week ben ik drie keer naar de sportschool geweest.
- ya — Ya he terminado. — Ik ben al klaar.
- todavía no / aún no — Todavía no he recibido la carta. — Ik heb de brief nog niet ontvangen.
- alguna vez / nunca — ¿Has viajado alguna vez en tren nocturno? — Ben je ooit met een nachtboot gereisd?
- últimamente / recientemente / hace poco — Últimamente he dormido mal. — De laatste tijd slaap ik slecht.
- ayer — Ayer fui al cine. — Gisteren ging ik naar de bioscoop. (niet: *Ayer he ido al cine)
- anoche — Anoche cené con mi familia. — Gisteravond heb ik met mijn familie gegeten.
- la semana pasada / el año pasado / en 2005 — La semana pasada visitamos a mis abuelos. — Vorige week bezochten we mijn grootouders.
Opmerking: Sommige sprekers (en sommige situaties) laten variatie toe: met "esta mañana" kun je zowel perfect als indefinido horen, afhankelijk van dialect en focus.
Verschil met simple past (pretérito indefinido) en regionale verschillen
- Pretérito perfecto (present perfect): verbindt verleden met het nu; onbepaalde tijd of tijdsperiode die nog loopt.
- Pretérito indefinido (simple past): afgewerkte handeling in het verleden, vaak met een duidelijk tijdstip.
Voorbeelden naast elkaar:
- He leído ese libro. — Ik heb dat boek gelezen. (ervaring/relevantie)
- Leí ese libro el mes pasado. — Ik las dat boek vorige maand. (gestopte tijd)
- He conocido a mucha gente este año. — Dit jaar heb ik veel mensen ontmoet. (het jaar is nog niet voorbij)
- Conocí a mucha gente el año pasado. — Vorig jaar ontmoette ik veel mensen. (afgelopen jaar)
- Spanje: Esta mañana he llamado a la oficina. — Deze ochtend heb ik naar het kantoor gebeld.
- Latijns‑Amerika: Esta mañana llamé a la oficina. — (zelfde betekenis, andere voorkeur)
Ook: in Spanje hoor je vaak "vosotros habéis..."; in Latijns‑Amerika is dat bijna altijd "ustedes han...".
Veelvoorkomende fouten en handige tips
- Verwissel "haber" niet met "tener" voor bezit:
- Fout: *He 21 años. — Correct: Tengo 21 años.
- Gebruik geen present perfect met uitdrukkingen die een afgesloten tijd aangeven (ayer, anoche, la semana pasada): gebruik dan indefinido.
- Participio verandert niet bij haber:
- Fout: *He vistoS la película. — Correct: He visto la película.
- Plaats van 'ya' en 'todavía':
- Ya he terminado. — Ik ben al klaar.
- Todavía no he terminado. — Ik ben nog niet klaar.
- No he ido nunca. (minder gebruikelijk) — Beter: Nunca he ido. — Ik ben nooit gegaan.
- 'He ido' vs 'He estado':
- He ido a Madrid. — Ik ben naar Madrid gegaan (ben (misschien) geweest / accent op de beweging)
- He estado en Madrid. — Ik ben in Madrid geweest / ik heb daar verbleven (accent op het verblijf/er zijn)
- Gebruik hulpwerkwoord en participio in vragen en ontkenningen:
- ¿Has visto la serie? — Heb je de serie gezien?
- No he visto la serie. — Ik heb de serie niet gezien.
- Plaatsing van voornaamwoorden: ze staan vóór haber:
- Lo he visto. — Ik heb het gezien.
- Se lo he dado. — Ik heb het hem/haar gegeven.
Tip om te kiezen: Vraag jezelf: "Is de tijdsperiode nog relevant voor nu (vandaag, deze week, dit jaar)?" Ja → vaak perfecto. Is er een duidelijk vorig tijdstip (gisteren, vorig jaar, in 2010)? → meestal indefinido.
Onregelmatige voltooid deelwoorden (participios) met voorbeelden
Hier een nuttige lijst met veelvoorkomende onregelmatige participios en voorbeeldzinnen:
- abrir → abierto
- He abierto la ventana. — Ik heb het raam geopend.
- decir → dicho
- Ya lo he dicho. — Ik heb het al gezegd.
- escribir → escrito
- He escrito una carta. — Ik heb een brief geschreven.
- ver → visto
- He visto esa película. — Ik heb die film gezien.
- hacer → hecho
- He hecho la tarea. — Ik heb het huiswerk gemaakt.
- poner → puesto
- He puesto la mesa. — Ik heb de tafel gedekt.
- romper → roto
- He roto el vaso. — Ik heb het glas gebroken.
- volver → vuelto
- He vuelto tarde. — Ik ben laat teruggekomen.
- cubrir → cubierto
- He cubierto la olla. — Ik heb de pan afgedekt.
- descubrir → descubierto
- He descubierto un error. — Ik heb een fout ontdekt.
- morir → muerto
- Ha muerto su abuelo. — Zijn grootvader is overleden.
- resolver → resuelto
- He resuelto el problema. — Ik heb het probleem opgelost.
- imprimir → impreso / imprimido (beide vormen bestaan)
- He impreso el documento. — Ik heb het document geprint.
- freír → frito / freído (beide vormen)
- He frito las patatas. — Ik heb de aardappels gebakken.
Let op: Sommige werkwoorden hebben twee gangbare vormen (zoals impreso/imprimido). Het is goed om de meest voorkomende participios te leren.
- pretérito perfecto compuesto / present perfect: haber (in tegenwoordige tijd) + participio pasado.
- participio pasado (voltooid deelwoord): bijv. hablado, comido, vivido; soms onregelmatig: dicho, hecho, visto.
- pretérito indefinido (simple past): voor afgesloten acties in het verleden met een duidelijk tijdstip.
- ya: al
- todavía / aún: nog / nog niet (met negatie)
- alguna vez: ooit
- nunca: nooit
- Vorm: haber (he, has, ha, hemos, habéis, han) + participio ( -ado / -ido of onregelmatig).
- Gebruik de present perfect voor: ervaringen zonder precieze tijd, recente gebeurtenissen met effect op nu, en handelingen binnen een tijdsperiode die nog niet afgelopen is.
- Gebruik de pretérito indefinido voor handelingen met een duidelijk afgesloten tijd (gisteren, la semana pasada, en 2010).
- Let op regionale verschillen: Spanje gebruikt de perfecto vaker voor recent verleden dan veel Latijns‑Amerikaanse dialecten.
Als je deze richtlijnen en voorbeelden gebruikt, kun je de Spaanse present perfect correct onderscheiden en toepassen. Suerte con el estudio del español y practica veel met echte zinnen!