Praten over gewoontes en toestanden in het verleden ('used to' + werkwoord)

B1

Wat betekent 'used to' + werkwoord?

'Used to' + basisvorm van een werkwoord (used to + verb) is een vaste Engelse constructie die twee hoofdbetekenissen heeft:

- Een gewoonte of herhaalde handeling in het verleden die nu niet meer gebeurt. Bijvoorbeeld:
"I used to play football." (Ik speelde vroeger vaak voetbal.)

- Een toestand in het verleden die inmiddels veranderd is. Bijvoorbeeld:
"I used to live in Spain." (Ik woonde vroeger in Spanje / Ik heb vroeger in Spanje gewoond.)

In beide gevallen drukt 'used to' uit: "dit was vroeger waar, maar (meestal) niet meer nu".

Gewoonten versus toestanden

- Gewoonten: herhaalde acties, rituelen of gebruik.
"When I was a child, I used to climb trees." (Toen ik een kind was, klom ik vroeger in bomen.)

- Toestanden: langere situaties, eigenschappen of gevoelens in het verleden.
"He used to be shy." (Hij was vroeger verlegen.)

Wanneer gebruik je 'used to'?

Herhaalde handelingen of vaste gewoonten

Gebruik 'used to' als je over iets praat dat regelmatig of herhaaldelijk gebeurde in het verleden:

"I used to go to the gym every morning." (Ik ging vroeger elke ochtend naar de sportschool.)
"She used to smoke, but she quit last year." (Zij rookte vroeger, maar ze is vorig jaar gestopt.)

Toestanden in het verleden

Gebruik 'used to' ook bij toestanden die vroeger waar waren:

"I used to know him well." (Ik kende hem vroeger goed.)
"This town used to be much quieter." (Dit stadje was vroeger veel stiller.)

Let op tijdsbepalingen

'Used to' past niet bij een enkel concreet moment in het verleden (zoals "yesterday"). Het gaat om herhaald gedrag of een eerdere toestand over een periode.

Fout: "I used to go to the party yesterday."
Correct: "I went to the party yesterday." (Ging naar één gebeurtenis.)

Hoe vorm je 'used to'?

Bevestigende zinnen

Vorm: Subject + used to + basisvorm van het werkwoord.

Voorbeelden:
"I used to play tennis." (Ik speelde vroeger tennis.)
"He used to work at that company." (Hij werkte vroeger bij dat bedrijf.)
"They used to go on holiday to France every year." (Ze gingen vroeger elk jaar op vakantie naar Frankrijk.)

Ontkennende zinnen

Vorm met hulpwerkwoord: Subject + did not (didn't) + use to + basisvorm.

Voorbeelden:
"I didn't use to like coffee." (Ik vond vroeger koffie niet lekker.)
"She didn't use to watch much TV." (Zij keek vroeger niet veel tv.)

Opmerking: veel lerenden maken de fout "didn't used to...". Dat is onjuist; na 'did' gebruik je altijd de basisvorm "use".

Een formeel alternatief (minder gebruikelijk): "used not to".
Voorbeeld: "He used not to eat meat." (Hij at vroeger geen vlees.) Dit is wat ouderwets.

Vragende zinnen

Vorm: Did + subject + use to + basisvorm?

Voorbeelden:
"Did you use to play an instrument?" (Speelde je vroeger een instrument?)
"Did she use to live here?" (Woonde zij hier vroeger?)

Soms hoor je in oudere of informele taal: "Used you to...?" — dit is zeldzaam en klinkt ouderwets.

Bijwoorden en woordvolgorde

Bijwoorden zoals 'often', 'usually', 'always' kunnen vóór of na 'used to' staan. Beide zijn mogelijk, maar vaak is de positie vóór 'used to' netter:

"I often used to go running." (Ik ging vroeger vaak hardlopen.)
of
"I used to go running often." (ook mogelijk)

Veelgemaakte fouten en hoe ze te vermijden

Fout 1 — "didn't used to"

Fout: "I didn't used to like broccoli."
Correct: "I didn't use to like broccoli." (Ik vond vroeger broccoli niet lekker.)

Uitleg: omdat je in de ontkenning het hulpwerkwoord 'did' gebruikt, moet het hoofdwerkwoord de basisvorm hebben (use).

Fout 2 — verwarring met 'be used to' en 'get used to'

- 'used to' + basisvorm = verleden gewoonte/toestand. (I used to smoke.)
- 'be used to' + -ing / zelfstandig naamwoord = gewend zijn (nu of in het algemeen). (I'm used to smoking — let op: dit voorbeeld betekent "ik ben eraan gewend te roken").
- 'get used to' + -ing / zelfstandig naamwoord = wennen aan iets.

Voorbeelden:
"I used to run every day." (Vroeger rende ik elke dag.)
"I'm used to running every day." (Ik ben eraan gewend elke dag te rennen.)
"I got used to running every day." (Ik raakte eraan gewend om elke dag te rennen.)

Belangrijk: 'be/get used to' wordt gevolgd door een gerund (-ing) of een zelfstandig naamwoord, niet door de basisvorm.

Fout 3 — 'used to' voor huidige gewoonten

Sommige leerlingen zeggen per vergissing: "I used to go to the gym" terwijl ze bedoelen dat ze nu nog steeds gaan. 'Used to' impliceert verandering: als de gewoonte nog bestaat, gebruik dan present simple: "I go to the gym." of een tijdsaanduiding: "I usually go to the gym." (Ik ga meestal naar de sportschool.)

Vergelijking met andere structuren

Used to versus simple past

- Simple past (I lived, I played) kan een losse actie beschrijven of een feit in het verleden.
"I lived in Rome in 2010." (Fact: ik woonde daar toen.)

- 'Used to' legt nadruk op een gewoonte of toestand die herhaaldelijk plaatsvond of een situatie die langere tijd waar was en nu veranderd is.
"I used to live in Rome." (Ik woonde vroeger in Rome; nu niet meer.)

Beide vormen zijn vaak mogelijk, maar 'used to' geeft duidelijk het idee van "vroeger maar nu niet meer".

Used to versus 'would'

- 'Would' kan ook herhaalde handelingen in het verleden aangeven: "When we were kids, we would play outside every day." (Toen we kinderen waren, speelden we elke dag buiten.)

- Verschil: 'would' wordt meestal gebruikt voor herhaalde handelingen (acties), maar niet voor toestanden. Je kunt niet zeggen: "I would know him" om een vroegere staat uit te drukken. Gebruik dan 'used to': "I used to know him." (Ik kende hem vroeger.)

Voorbeelden: uitgebreide set

Bevestigend (gewoonten):
"I used to drink a lot of tea in the morning." (Ik dronk vroeger veel thee in de ochtend.)
"We used to walk to school together." (We liepen vroeger samen naar school.)

Toestanden:
"She used to be a teacher." (Zij was vroeger lerares.)
"There used to be a cinema here." (Er was hier vroeger een bioscoop.)

Ontkennend:
"He didn't use to eat breakfast." (Hij at vroeger geen ontbijt.)
"They didn't use to have a car." (Ze hadden vroeger geen auto.)

Vragend:
"Did you use to play video games as a kid?" (Speelde je vroeger videogames als kind?)
"Did your parents use to live abroad?" (Woon­den je ouders vroeger in het buitenland?)

Met 'never':
"I never used to like spinach." (Ik hield vroeger nooit van spinazie.)

Met tijdsaanwijzing die een periode aangeeft:
"When I lived in London, I used to visit museums every weekend." (Toen ik in Londen woonde, bezocht ik elk weekend musea.)

Contrast met simple past:
"When I was at university, I used to study until midnight." (gewoonte)
"I studied until midnight last night." (enkele gebeurtenis)

Praktische tips voor het gebruik

1. Gebruik 'used to' als je wilt benadrukken dat iets vroeger regelmatig gebeurde maar nu niet meer.

2. In ontkenningen en vragen gebruik je 'did' + basisvorm: "didn't use to" / "Did you use to...?" — niet "didn't used to".

3. Wil je zeggen dat iemand ergens aan gewend is (nu), gebruik dan 'be used to' + -ing of zelfstandig naamwoord: "I'm used to the cold." (Ik ben aan de kou gewend.)

4. Gebruik 'would' voor herhaalde acties in het verleden als je niet over een toestand praat: "My grandfather would tell stories every evening." (Mijn grootvader vertelde vroeger elke avond verhalen.)

Kort overzicht (schema)

Bevestigend: Subject + used to + basisvorm
"I used to watch cartoons." (Ik keek vroeger naar tekenfilms.)

Ontkennend: Subject + did not (didn't) + use to + basisvorm
"I didn't use to watch cartoons." (Ik keek vroeger niet naar tekenfilms.)

Vraag: Did + subject + use to + basisvorm?
"Did you use to watch cartoons?" (Kek je vroeger naar tekenfilms?)

Glossarium

gewoonte = something you do regularly (gewoonte)
toestand (state) = a situation or condition (toestand)
stative verb = werkwoord dat een toestand/gevoel beschrijft (know, like, belong)
basisvorm (base form / infinitive) = de onverbogen werkwoordsvorm zonder 'to' (play, live, go)
hulpwerkwoord (auxiliary verb) = woorden zoals did, do, have die helpen de tijd of vorm te maken


Als je wilt, kan ik nu voorbeelden aanpassen aan jouw niveau (bijv. middelbare school) of meer voorbeeldzinnen geven rond onderwerpen die jij kiest (werk, hobby's, jeugd).

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York