Praten over ervaringen tot nu toe (present perfect simple)

A2

Praten over ervaringen tot nu toe: de present perfect simple in het Engels

Deze gids legt in duidelijk Nederlands uit wat de present perfect simple is, wanneer je deze Engelse tijd gebruikt (vooral om te praten over ervaringen tot nu toe), hoe je hem vormt, en welke fouten je moet vermijden. Alle uitleg is in het Nederlands; de voorbeelden zijn in het Engels met Nederlandse vertalingen.

Wat betekent de present perfect simple?

Kort antwoord
De present perfect simple gebruik je met "have/has + voltooid deelwoord" (past participle). Je gebruikt deze tijd vooral:
  • om over ervaringen tot nu toe te praten (zonder te zeggen wanneer precies),
  • om te zeggen dat iets in het verleden gebeurde maar nu gevolgen heeft,
  • om handelingen te beschrijven in een periode die nog niet afgelopen is (bijv. "this week"),
  • om herhaalde acties tot nu toe te noemen,
  • om veranderingen of prestaties te vermelden.

Voorbeelden (Engels — Nederlands):
"Have you ever been to London?" — Ben je ooit in Londen geweest?
"I have never eaten sushi." — Ik heb nog nooit sushi gegeten.
"She has already finished her work." — Ze heeft haar werk al af.
"We have lived here for five years." — We wonen hier al vijf jaar.
"My English has improved since I started studying." — Mijn Engels is verbeterd sinds ik begon met studeren.

Wanneer gebruik je de present perfect simple?

Belangrijkste situaties

Ervaringen tot nu toe (life experiences)
- Gebruik de present perfect om te zeggen dat iemand iets ooit in zijn leven gedaan heeft, zonder te noemen wanneer.
Voorbeelden:
"Have you ever climbed a mountain?" — Ben je ooit een berg beklommen?
"I've never seen that film." — Ik heb die film nog nooit gezien.
"He's been to Japan three times." — Hij is drie keer in Japan geweest.

Acties met gevolg in het heden (present result)
- De handeling gebeurde in het verleden, maar het gevolg is nu merkbaar.
Voorbeelden:
"I've lost my keys." — Ik ben mijn sleutels kwijt. (Gevolg: ik kan nu niet binnen)
"She's broken her arm." — Ze heeft haar arm gebroken. (Gevolg: ze heeft nu een gebroken arm)

Handelingen in een periode die nog niet voorbij is
- Als je praat over "this week", "today", "this month", enz. en die periode nog niet voorbij is, gebruik je vaak present perfect.
Voorbeelden:
"I've had three meetings this week." — Ik heb deze week drie vergaderingen gehad.
"We've already met twice this month." — We hebben elkaar deze maand al twee keer ontmoet.

Herhaalde handelingen (tot nu toe)
Voorbeelden:
"I've visited Rome three times." — Ik heb Rome drie keer bezocht.
"She has called me several times." — Ze heeft me meerdere keren gebeld.

Veranderingen en prestaties
Voorbeelden:
"The company has grown a lot in five years." — Het bedrijf is veel gegroeid in vijf jaar.
"I've written two books." — Ik heb twee boeken geschreven.

Hoe vorm je de present perfect simple?

Basisstructuur
De basisvorm is: subject + have/has + past participle (voltooid deelwoord)

Bevestigende vorm
- I/You/We/They + have + past participle
- He/She/It + has + past participle
Voorbeelden:
"I have seen that movie." — Ik heb die film gezien.
"She has finished her homework." — Ze heeft haar huiswerk af.

Negatieve vorm
- have/has + not + past participle (contracties: haven't / hasn't)
Voorbeelden:
"I haven't (have not) finished yet." — Ik ben nog niet klaar.
"He hasn't (has not) arrived." — Hij is nog niet aangekomen.

Vragende vorm
- Have/Has + subject + past participle ?
Voorbeelden:
"Have you ever been to Paris?" — Ben je ooit in Parijs geweest?
"Has she called you?" — Heeft ze je gebeld?

Kort antwoord
- Yes, I have. / No, I haven't.
- Yes, she has. / No, he hasn't.
Voorbeelden:
"Have you finished?" — "Yes, I have." — Ja, dat heb ik.

Wh-vragen
- Wh-word + have/has + subject + past participle ?
Voorbeelden:
"Where have you been?" — Waar ben je geweest?
"What have they done?" — Wat hebben ze gedaan?

Tijdsbepalingen en bijwoorden (ever, never, yet, already, just, for, since...)

Belangrijke woorden en hun plaats

ever / never
- "Ever" wordt vooral in vragen gebruikt: "Have you ever...?" — Ben je ooit...?
- "Never" in ontkennende zinnen: "I have never..." — Ik heb nog nooit...
Voorbeelden:
"Have you ever been to New York?" — Ben je ooit in New York geweest?
"I have never tried rollerblading." — Ik heb nog nooit geskatet.

yet / already
- "Yet" gebruik je vooral in vragen en ontkenningen, meestal aan het einde van de zin: "Have you eaten yet?" / "I haven't finished yet." (Heb je al gegeten? / Ik ben nog niet klaar.)
- "Already" gebruik je in positieve zinnen (vaak vóór het voltooid deelwoord in Brits Engels): "I've already seen that." — Ik heb dat al gezien.
Voorbeelden:
"Have you finished yet?" — Ben je al klaar?
"She has already left." — Ze is al vertrokken.

just / recently / lately
- "Just" = heel recent: "I've just arrived." — Ik ben net aangekomen.
- "Recently" / "lately" = de laatste tijd: "I've recently started a new job." — Ik ben onlangs aan een nieuwe baan begonnen.
Voorbeelden:
"I've just spoken to him." — Ik heb net met hem gesproken.
"I haven't slept well lately." — Ik slaap de laatste tijd niet goed.

for / since
- "For" + duur: "for two years", "for a month" — voor een periode.
- "Since" + beginpunt: een datum, jaar, dag of gebeurtenis: "since 2018", "since Monday", "since I was a child" — sinds een specifiek moment.
Voorbeelden:
"I've lived here for five years." — Ik woon hier al vijf jaar.
"I've known her since 2010." — Ik ken haar sinds 2010.

so far / up to now / this week / today
- "So far" en "up to now" betekenen "tot nu toe" en gaan goed met present perfect: "So far, I've read 50 pages." — Tot nu toe heb ik 50 pagina's gelezen.
- "This week", "today" gebruik je met present perfect zolang die periode nog niet voorbij is.
Voorbeelden:
"I've had three classes this week." — Ik heb deze week drie lessen gehad.

once / twice / several times / before
- Druk uit hoe vaak iets is gebeurd tot nu toe: "I've been there once." — Ik ben daar één keer geweest.
"I've seen that film before." — Ik heb die film eerder gezien.

Present perfect simple versus simple past

Wanneer gebruik je welke tijd?

- Gebruik de simple past (verleden tijd) als je een specifieke, afgesloten tijd noemt: "yesterday", "last year", "in 2010", "two days ago".
- Gebruik de present perfect als de tijd niet genoemd wordt of als de gebeurtenis relevant is voor nu.

Voorbeelden ter vergelijking:
"I visited Paris last year." — Ik heb Parijs vorig jaar bezocht. (specific time → simple past)
Niet correct: *"I have visited Paris last year." (fout)

"I have visited Paris." — Ik ben ooit in Parijs geweest. (onbepaalde tijd, ervaring)

"I've lost my passport." — Ik ben mijn paspoort kwijt (nu gevolg).
"I lost my passport last week." — Ik verloor mijn paspoort vorige week (gebeurtenis in het verleden).

"She has lived in London for three years." — Ze woont al drie jaar in Londen (nog steeds waar).
"She lived in London for three years." — Ze woonde drie jaar in Londen (dat is voorbij).

Check: als de tijdsaanduiding af is (bijv. yesterday, last year), gebruik simple past. Als de periode nog loopt of tijd niet genoemd wordt, kies present perfect.

Present perfect simple versus present perfect continuous

Wanneer kies je de simple en wanneer de continuous?</b]

- Beide tijden gebruiken "have/has" maar continuous gebruikt "been + -ing" (have/has been + present participle).
- Gebruik continuous om nadruk te leggen op de duur of activiteit zelf: "I've been studying for two hours." — Ik ben al twee uur aan het studeren.
- Gebruik simple om het resultaat of het feit te benadrukken: "I've studied for two hours." kan benadrukken dat de taak (studeren) is gedaan of dat de hoeveelheid twee uur is.
- Sommige werkwoorden (stative verbs: know, like, belong, own) gebruik je meestal niet in continuous: je zegt "I've known her for years", niet "I've been knowing her for years".

Voorbeelden:
"I've painted the kitchen." — Ik heb de keuken geschilderd. (voltooid resultaat)
"I've been painting the kitchen." — Ik ben de keuken aan het schilderen (en misschien nog niet klaar).

"I've known him since 2010." — Ik ken hem sinds 2010. (statisch)
*"I've been knowing him since 2010." — fout

Veelgemaakte fouten en handige tips voor Nederlandssprekenden

Typische interferentie vanuit het Nederlands

1. Present perfect gebruiken met een specifieke afgesloten tijd
Fout: *"I have seen him yesterday."
Correct: "I saw him yesterday." — Gebruik simple past met "yesterday, last week, in 2018".

2. 'Since' en 'for' verwisselen
Fout: *"I have lived here since five years."
Correct: "I have lived here for five years." — "for" = duur; "since" = beginpunt: "since 2018".

3. Verkeerd voltooid deelwoord (past participle)
Fout: *"I have ate." — *"I have went."
Correct: "I have eaten." — "I have gone." — Leer onregelmatige participles (zie lijst verderop).

4. 'Been' versus 'gone' verwarring
"I've been to London." — Ik ben in Londen geweest (en terug).
"He's gone to London." — Hij is naar Londen gegaan (hij is er nog).

5. 'Have' en 'has' door elkaar halen
Fout: *"He have seen it."
Correct: "He has seen it." — Gebruik "has" bij 3e persoon enkelvoud (he/she/it).

Ruime set voorbeeldzinnen — per functie

Ervaringen (life experience)
"Have you ever been to Italy?" — Ben je ooit in Italië geweest? "I've never tried surfboarding." — Ik heb nog nooit gesurft. "They've visited Japan several times." — Ze zijn meerdere keren in Japan geweest.
Acties met gevolg nu (present result)
"I've lost my wallet." — Ik ben mijn portemonnee kwijt. "She's eaten too much." — Ze heeft te veel gegeten (ze voelt zich nu slecht). "We've missed the bus." — We hebben de bus gemist (nu moeten we wachten).
Onvoltooide perioden (this week / today / this month)
"I've read two chapters this afternoon." — Ik heb vanmiddag twee hoofdstukken gelezen. "We've sold six tickets so far." — Tot nu toe hebben we zes kaartjes verkocht.
Herhaalde acties tot nu toe
"I've phoned him three times today." — Ik heb hem vandaag drie keer gebeld. "She has been to that café many times." — Ze is vaak in dat café geweest.
Veranderingen en prestaties
"The town has changed a lot." — De stad is erg veranderd. "I've improved my pronunciation." — Ik heb mijn uitspraak verbeterd.

Veelvoorkomende onregelmatige voltooid deelwoorden (selectie) met voorbeelden

Hier een lijst van veelgebruikte onregelmatige werkwoorden (base form — past participle) en een voorbeeld:
- be — been: "I've been to Canada." — Ik ben in Canada geweest.
- become — become: "She has become more confident." — Ze is zelfverzekerder geworden.
- begin — begun: "They have begun the project." — Ze zijn met het project begonnen.
- break — broken: "He has broken his phone." — Hij heeft zijn telefoon kapot gemaakt.
- bring — brought: "I've brought lunch." — Ik heb lunch meegenomen.
- build — built: "They have built a new bridge." — Ze hebben een nieuwe brug gebouwd.
- buy — bought: "I've bought a new coat." — Ik heb een nieuwe jas gekocht.
- choose — chosen: "She has chosen a different path." — Ze heeft een andere weg gekozen.
- come — come: "He's come back." — Hij is teruggekomen.
- do — done: "I've done my homework." — Ik heb mijn huiswerk gemaakt.
- drink — drunk: "I've drunk too much coffee." — Ik heb te veel koffie gedronken.
- drive — driven: "We've driven 200 miles." — We hebben 200 mijl gereden.
- eat — eaten: "I've eaten breakfast." — Ik heb ontbeten.
- fall — fallen: "The leaves have fallen." — De bladeren zijn gevallen.
- feel — felt: "I've felt better." — Ik heb me beter gevoeld.
- find — found: "I've found the keys." — Ik heb de sleutels gevonden.
- get — got/gotten: "I've got a new job." / (AmE) "I've gotten a new job." — Ik heb een nieuwe baan.
- give — given: "She has given a speech." — Ze heeft een toespraak gehouden.
- go — gone: "He's gone to the store." — Hij is naar de winkel gegaan (en is er nog).
- have — had: "I've had breakfast." — Ik heb ontbeten.
- hear — heard: "I've heard that song before." — Ik heb dat liedje eerder gehoord.
- know — known: "I've known her for years." — Ik ken haar al jaren.
- leave — left: "They have left the building." — Ze hebben het gebouw verlaten.
- lose — lost: "I've lost my ticket." — Ik ben mijn kaartje kwijt.
- make — made: "I've made dinner." — Ik heb het avondeten gemaakt.
- meet — met: "I've met him before." — Ik heb hem eerder ontmoet.
- pay — paid: "I've paid the bill." — Ik heb de rekening betaald.
- put — put: "I've put the keys on the table." — Ik heb de sleutels op de tafel gelegd.
- read — read (uitspraak 'red'): "I've read that book." — Ik heb dat boek gelezen.
- run — run: "I've run three kilometers." — Ik heb drie kilometer gerend.
- say — said: "They've said it's OK." — Ze hebben gezegd dat het oké is.
- see — seen: "I've seen that film." — Ik heb die film gezien.
- sell — sold: "I've sold my car." — Ik heb mijn auto verkocht.
- send — sent: "I've sent the email." — Ik heb de e-mail gestuurd.
- sit — sat: "I've sat here all morning." — Ik heb hier de hele ochtend gezeten.
- sleep — slept: "I've slept well." — Ik heb goed geslapen.
- speak — spoken: "I've spoken to the manager." — Ik heb met de manager gesproken.
- stand — stood: "I've stood in line for an hour." — Ik heb een uur in de rij gestaan.
- take — taken: "I've taken the test." — Ik heb de toets gemaakt.
- think — thought: "I've thought about it." — Ik heb erover nagedacht.
- write — written: "I've written three emails." — Ik heb drie e-mails geschreven.

(color=#28638A]

Woordenlijst / Glossarium

- Present perfect simple: Engelse tijd met "have/has + past participle", gebruikt voor ervaringen, resultaten en onvoltooide perioden.
- Past participle (voltooid deelwoord): de derde vorm van het werkwoord (bijv. "seen", "gone", "eaten").
- Auxiliary verb / hulpwerkwoord: in deze tijd is dat "have" of "has".
- Stative verb (statisch werkwoord): werkwoord dat een staat beschrijft (know, like, belong) en meestal niet in continuous staat.
- Unspecified time / onbepaalde tijd: wanneer je niet vermeldt wanneer iets gebeurde (gebruik present perfect).
- Duration / duur: hoe lang iets duurt (gebruik vaak "for").
- Point in time / beginpunt: startmoment (gebruik "since").

Korte samenvatting en praktische tips

- Vorm: have/has + past participle (I/You/We/They have, He/She/It has).
- Gebruik present perfect voor ervaringen tot nu toe, voor gevolgen die nu merkbaar zijn, en voor gebeurtenissen in perioden die nog niet voorbij zijn.
- Gebruik simple past als je een specifieke afgesloten tijd noemt (yesterday, last year, in 2010).
- Let op positie van bijwoorden: "yet" meestal aan het einde (in vragen/ontkenningen), "already" vaak vóór het voltooid deelwoord, "just" = heel recent.
- Gebruik "for" met duur (for two years) en "since" met beginpunt (since 2018).
- Leer de onregelmatige past participles (zie lijst hierboven).

Als je deze regels toepast en veel voorbeeldzinnen leest, wordt het gebruik van de present perfect steeds natuurlijker.

Einde van de gids

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York