Het gebruik van reflexieve voornaamwoorden en 'each other'

B1

Het gebruik van reflexieve voornaamwoorden en 'each other' in het Engels

Deze gids legt in heldere, praktische stappen uit hoe je reflexive pronouns (myself, yourself, himself, …) en de wederkerige pronouns ('each other', 'one another') in het Engels gebruikt. Alle uitleg is in het Nederlands; de voorbeelden staan in het Engels met een Nederlandse vertaling.

Wanneer gebruik ik reflexieve voornaamwoorden in het Engels?

Wat betekent "reflexief"?

Kort
Reflexieve voornaamwoorden worden gebruikt wanneer het onderwerp van de zin en het lijdend of meewerkend voorwerp naar dezelfde persoon of zaak verwijzen — het onderwerp doet iets aan zichzelf.

Voorbeeld(en):
- "She washed herself." (Zij waste zichzelf.)
- "I hurt myself." (Ik verwondde mezelf.)

Vormen van reflexieve voornaamwoorden (overzicht)

De standaardvormen zijn:
- myself (ik) — mezelf
- yourself (jij/u) — jezelf / uzelf
- himself (hij) — zichzelf / hijzelf
- herself (zij) — zichzelf / zijzelf
- itself (het) — zichzelf (voor dieren of dingen)
- ourselves (wij) — onszelf
- yourselves (jullie/u meervoud) — jezelf/julliezelf / uzelf (meervoud)
- themselves (zij) — zichzelf

Voorbeeldzinnen per vorm:
- "I taught myself to play the guitar." (Ik heb mezelf gitaar leren spelen.)
- "You should be proud of yourself." (Je mag trots op jezelf zijn.)
- "He blamed himself for the mistake." (Hij gaf zichzelf de schuld van de fout.)
- "The dog hurt itself." (De hond verwondde zichzelf.)
- "We prepared ourselves for the exam." (We hebben onszelf op het examen voorbereid.)
- "You can do it yourselves." (Jullie kunnen het zelf doen.)
- "They enjoyed themselves at the party." (Zij hebben zich vermaakt op het feest.)

Wanneer precies gebruik je ze?

1) Als onderwerp en object dezelfde persoon/dingen zijn
- "He looked at himself in the mirror." (Hij keek naar zichzelf in de spiegel.)

2) Als indirect object dat voordeel aangeeft (iemand doet iets voor zichzelf)
- "She bought herself a present." (Ze kocht zichzelf een cadeau.)
- "He made himself a sandwich." (Hij maakte zichzelf een boterham.)

3) Na voorzetsels als het object terugverwijst naar het onderwerp
- "They sat by themselves." (Ze zaten alleen.)
- "She can take care of herself." (Zij kan voor zichzelf zorgen.)

4) Voor nadruk/insistentie (intensief gebruik)
- "I did it myself." (Ik heb het zelf gedaan.) — hier benadrukt 'myself' wie het deed en kan vaak weggelaten worden zonder grammaticale fout.

5) Met sommige werkwoorden die van nature reflexief of idiomatisch zijn
- "Behave yourself!" (Gedraag je!)
- "He prides himself on his work." (Hij is trots op zijn werk.)

Reflexief vs. intensief (nadruk): hoe herken je het verschil?

- Reflexief: onderwerp = object en je hebt het reflexieve voornaamwoord nodig om de zin logisch te maken.
- "She hurt herself." (Verwijderen van 'herself' verandert de betekenis.)

- Intensief (emphatic): gebruikt om te benadrukken wie de actie uitvoert; het woord kan vaak worden weggelaten zonder dat de zin ongrammaticaal wordt.
- "She painted the door herself." (Ze schilderde de deur zelf.)
- Test: haal 'herself' weg — "She painted the door." — de zin blijft grammaticaal en begrijpelijk.

Wanneer gebruik ik 'each other' (of 'one another')?

Wat betekent 'each other' / 'one another'?</b]

Deze woorden zijn wederkerige voornaamwoorden: ze geven aan dat twee of meer personen of zaken iets aan elkaar doen — de actie is wederzijds.

Voorbeeld(en):
- "They love each other." (Ze houden van elkaar.)
- "The students helped each other with the homework." (De studenten hielpen elkaar met het huiswerk.)

Gebruik en vormen (inclusief bezittelijk gebruik)</b]

1) Basisgebruik (wederkerige handeling)
- "John and Mary kissed each other." (John en Mary kusten elkaar.)
- "The siblings often argue with each other." (De broers/zussen ruziën vaak met elkaar.)

2) Met voorzetsels
- "They sat next to each other." (Ze zaten naast elkaar.)
- "They are similar to each other." (Ze lijken op elkaar.)

3) Bezittelijke vorm: each other's / one another's
- "They respect each other's opinions." (Ze respecteren elkaars mening.)
- Let op: "each other's" is niet "each others" — er komt een apostrof-s bij.

'Each other' of 'one another' — wat is het verschil?</b]

- Traditionele richtlijn: 'each other' voor twee personen/entiteiten en 'one another' voor meer dan twee.
- Voorbeeld (traditioneel): "The two friends hugged each other." vs "The group hugged one another."

- Moderne gebruiksvoering: in de praktijk zijn beide vaak uitwisselbaar en veel schrijvers gebruiken 'each other' voor zowel twee als meer personen.

- Praktisch advies: voor examens of formele stijl kun je deze traditionele regel volgen, maar voor algemeen gebruik hoef je je er niet al te strikt aan te houden.

Wat is het verschil tussen reflexief en wederkerig gebruik?

Kernverschil
- Reflexief: het onderwerp doet iets aan zichzelf.
- "She hurt herself." (Zij verwondde zichzelf.) — elke persoon handelt naar zichzelf.

- Wederkerig (each other/one another): twee of meer personen doen iets aan elkaar.
- "They hurt each other." (Ze verwondden elkaar.) — zij deden elkaar pijn.

Voorbeelden naast elkaar:
- "They introduced themselves." (Zij stelden zich voor aan de groep; elk stelde zichzelf voor.)
- "They introduced each other." (Ze stelden elkaar aan elkaar voor; A stelde B voor en B stelde A voor.)

Nog een set voorbeelden:
- Reflexief: "The players prepared themselves for the match." (De spelers bereidden zich voor.)
- Wederkerig: "The teams challenged each other during the match." (De teams daagden elkaar uit.)

Veelgemaakte fouten en hoe ze te vermijden

1) 'Myself' of andere reflexieven gebruiken waar een objectvoornaamwoord hoort

Fout: "Please send the report to John and myself."
Correct: "Please send the report to John and me."

Uitleg: 'myself' is reflexief of intensief; hier is het gewoon een object van de voorzetselgroep en dus hoort 'me'. Test: haal 'John and' weg: "Please send the report to me." — dus niet 'myself'.

2) 'Myself' of 'yourself' als onderwerp gebruiken

Fout: "Myself and John will present the project."
Correct: "John and I will present the project."

Uitleg: Als onderdeel van het onderwerp gebruik je 'I', niet 'myself'.

3) 'Each other' gebruiken met een enkelvoudig 'each' of 'every' onderwerp (formeel foutgevoelig)</b]

Fout: "Every student should help each other." (formeel gezien niet correct)
Correct:
- "Students should help each other." (verwijst naar de groep)
- of "Every student should help the other students / his or her classmates." (meer formeel/precies)

Uitleg: 'Every' en 'each' zijn distributieve woorden die naar enkelvoudige entiteiten verwijzen; combineer ze met een constructie die grammaticaal past.

4) Reflexief versus wederkerig verwisselen</b]

Fout: (bedoeld wederkerig) "They blamed themselves." (kan betekenen: iedereen gaf zichzelf de schuld)
Correct (wederkerig bedoeld): "They blamed each other." (zij gaven elkaar de schuld)

Leg uit: kies 'themselves' als ieder zichzelf beschuldigde; kies 'each other' als ze elkaar de schuld gaven.

5) Gebruik van 'themself' bij singular 'they'</b]

- Traditioneel: meervoudig 'they' gebruikt 'themselves'.
- "If someone leaves their umbrella, they should collect it themselves." (Als iemand zijn paraplu laat liggen, zou diegene hem zelf moeten ophalen.)

- Singulier 'they' (voor onbekende/geslachtsneutrale persoon): sommige schrijvers gebruiken 'themself' als reflexief.
- "If a student forgets their book, they should take themself seriously." (minder standaard)

Aanbeveling: in veel moderne teksten is 'themself' aanvaardbaar in informele context; gebruik bij twijfel 'themselves' of herformuleer de zin voor duidelijkheid: "If a student forgets their book, they should remember to collect it."

Praktische tests en tips voor correct gebruik

Test 1 — Verwijder de andere persoon/het andere deel
- Zeg: "The teacher thanked John and me." (haal 'John and' weg → "The teacher thanked me" → correct)
- Als je in twijfel bent tussen 'me' en 'myself', gebruik deze test.

Test 2 — Is onderwerp = object?
- Als ja → reflexief (herself/myself/ourselves)
- Als de actie wederzijds is tussen twee of meer personen → each other / one another

Tip voor 'by myself' vs 'by me'
- "by myself" = alleen, zonder hulp. ("I live by myself." = Ik woon alleen.)
- "by me" = (passieve) door mij gedaan. ("The poem was written by me." = Het gedicht is door mij geschreven.)

Voorbeelden per categorie (uitgebreide lijst)

Reflexief — onderwerp = object
- "I blamed myself for the mistake." (Ik gaf mezelf de schuld van de fout.)
- "She dressed herself quickly." (Zij kleedde zich snel aan.)
- "The cat cleaned itself." (De kat maakte zichzelf schoon.)
- "We enjoyed ourselves at the concert." (We hebben onszelf vermaakt op het concert.)

Reflexief als indirect object / voordelig gebruik
- "He bought himself a new phone." (Hij kocht zichzelf een nieuwe telefoon.)
- "She made herself some tea." (Zij maakte zichzelf thee.)
- "They carved themselves out of the situation." (Zij wisten zichzelf uit de situatie te werken.)

Reflexief als benadrukking (intensief)</b]


  • "I will do it myself." (Ik zal het zelf doen.)

  • "The manager himself approved the plan." (De manager heeft het plan persoonlijk goedgekeurd.)

Wederkerig — each other / one another</b]


  • "They looked at each other and laughed." (Ze keken elkaar aan en lachten.)

  • "The teams respect one another." (De teams respecteren elkaar.)

  • "The friends borrowed each other's books." (De vrienden leenden elkaars boeken.)

  • "Do they know each other?" (Kennen ze elkaar?)

Wederkerig met voorzetsel</b]


  • "She stood beside him and they talked to each other." (Ze stond naast hem en ze spraken met elkaar.)

  • "The children sat close to one another." (De kinderen zaten dicht bij elkaar.)

Veelvoorkomende foutblunders (met correcties)</b]


  • Fout: "Please call John or myself." → Correct: "Please call John or me." (Bel John of mij.)

  • Fout: "Myself and Sarah will join." → Correct: "Sarah and I will join." (Sarah en ik doen mee.)

  • Fout: "Each student should hand in their essay to each other." → Correct: "Students should hand in their essays to the teacher" of "Students should discuss their essays with one another." (Herformuleer voor duidelijkheid.)

Snelle samenvatting en korte referentie

- Gebruik reflexieve voornaamwoorden (myself, yourself, himself, …) als onderwerp en object naar dezelfde persoon verwijzen.
- Gebruik reflexieve vormen ook na voorzetsels wanneer het object naar het onderwerp terugwijst ("by myself", "for herself").
- Gebruik reflexieve vormen voor nadruk (intensieve), maar dan kun je ze vaak weglaten.
- Gebruik 'each other' of 'one another' voor wederkerige handelingen tussen twee of meer personen.
- Gebruik 'each other's' voor bezit ("each other's opinions" = elkaars mening).
- Vermijd het gebruiken van 'myself'/'yourself' e.d. wanneer gewoon me/you/her/hem/them hoort te staan; test door de ander weg te halen.

Glossarium (korte termen uitgelegd)

- Reflexief (reflexive): onderwerp en object van de zin zijn hetzelfde. (bv. "She washed herself.")
- Wederkerig (reciprocal): de actie is wederzijds tussen twee of meer personen. (bv. "They hugged each other.")
- Intensief (emphatic): pronomen gebruikt ter nadruk, niet noodzakelijk voor grammaticale betekenis. (bv. "I did it myself.")
- Object (lijdend/meewerkend): de persoon of zaak die de actie ontvangt of profiteert.
- Voorzetsel (preposition): woorden als in, on, by, to, with — vaak gevolgd door een object ("by myself").

Veel succes met oefenen! Als je wilt, kan ik nu veel voorbeeldzinnen voor je maken, of moeilijke zinnen uit je eigen Engels corrigeren en uitleggen waarom een reflexief of 'each other' hier wel of niet hoort.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York