Het gebruik van perfecte infinitieven en gerunds om eerdere handelingen uit te drukken (bijv. 'to have done', 'having done')
C1Perfecte infinitieven en gerunds gebruiken om eerdere handelingen uit te drukken
In dit artikel leg ik in het Nederlands uit hoe je in het Engels perfecte infinitieven (to have + voltooid deelwoord) en perfecte gerunds/participles (having + voltooid deelwoord) gebruikt om aan te geven dat een handeling vóór een andere handeling plaatsvond. Je krijgt duidelijke regels, veel voorbeelden en tips om veelgemaakte fouten te vermijden.
Wat betekenen 'perfect infinitive' en 'perfect gerund' precies?
Wat is een perfect infinitive?
De perfect infinitive heeft de vorm: to + have + past participle (voltooid deelwoord). Voorbeeldvorm: to have done.
Belangrijkste idee: de handeling in de perfect infinitive gebeurde vóór het moment of de handeling van de hoofdzin.
Voorbeelden:
- "She claims to have seen him." (Ze beweert hem gezien te hebben.)
- "I'm glad to have met you." (Ik ben blij je te hebben ontmoet.)
- "They appear to have left early." (Het lijkt erop dat ze vroeg zijn vertrokken.)
Wat is een perfect gerund (having + p.p.)?
De perfect gerund (ook wel perfect participle genoemd) heeft de vorm: having + past participle. Voorbeeldvorm: having done.
Belangrijkste idee: 'Having + p.p.' gebruikt men vaak als bijwoordelijke bijzin (tijd/oorzaak) of als zelfstandig naamwoordsvorm die verwijst naar een voorafgaande handeling.
Voorbeelden:
- "Having finished the report, she went home." (Nadat ze het rapport had afgerond, ging ze naar huis.)
- "Having been warned, they cancelled the trip." (Nadat ze gewaarschuwd waren, annuleren ze de reis.)
Wanneer gebruik je deze vormen?
1. Om aan te geven dat iets vóór een andere handeling gebeurde (tijdsrelatie)
Beide vormen benadrukken dat een handeling voltooid was vóór een ander referentiepunt (de hoofdzin).
- Perfect infinitive (als complement):
- "He seems to have forgotten his keys." (Het lijkt erop dat hij zijn sleutels vergeten is.)
- "We were pleased to have finished on time." (We waren blij dat we op tijd klaar waren geweest.)
- Perfect gerund (als bijwoordelijke bijzin):
- "Having completed the exam, she relaxed." (Nadat ze het examen had afgemaakt, ontspande ze zich.)
2. Na bepaalde werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden (complements)
Sommige werkwoorden nemen meestal een infinitief-complement; als de actie vóór de hoofdhandeling plaatsvond, gebruiken ze de perfect infinitive:
- "They claim to have discovered a mistake." (Ze beweren een fout ontdekt te hebben.)
Andere werkwoorden (zoals admit, deny, avoid) worden gevolgd door een gerund; als het om een eerdere handeling gaat, gebruik je het perfect gerund:
- "She admitted having lied." (Ze gaf toe gelogen te hebben.)
Opmerking: sommige werkwoorden kunnen beide vormen toelaten, maar dan verandert vaak de betekenis (zie verderop).
3. Als bijwoordelijke bijzin (oorzaak/tijd) — meestal 'having'
Wanneer je een korte bijzin wilt die tijd of reden aangeeft, kun je 'having + p.p.' gebruiken:
- "Having read the instructions, he started the machine." (Nadat hij de instructies had gelezen, startte hij de machine.)
- "Not having checked the weather, they got wet." (Omdat ze het weer niet hadden gecontroleerd, werden ze nat.)
Let op: het onderwerp van de 'having'-zin moet hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin (geen dangling participle).
4. In gerapporteerde spraak en bij werkwoorden van zekerheid/waarschijnlijkheid
Bij rapporterende werkwoorden of bij uitdrukkingen van onzekerheid gebruikt men vaak 'to have + p.p.' om een bewering over het verleden weer te geven:
- "She is said to have left the country." (Er wordt gezegd dat ze het land heeft verlaten.)
- "He must have missed the bus." (Hij moet de bus gemist hebben.) (let op: modale + have + p.p.)
5. Bij wens, spijt of mogelijkheden over het verleden
- Wens/regret: "I would like to have met her." (Ik had haar graag ontmoet — spijt over het verleden.)
- Duiding van gemiste kans: "I regret having missed the meeting." (Ik betreur dat ik de vergadering heb gemist.)
Hoe worden deze vormen gevormd?
Perfect infinitive — structuur
Formule: to + have + past participle (p.p.)
- Voorbeelden van past participles: done, seen, written, been, gone, taken.
- "to have done, to have seen, to have been, to have taken".
Zinnen:
- "I hope to have finished by Friday." (Ik hoop tegen vrijdag klaar te zijn geweest.)
- "They claim to have known about it." (Ze beweren ervan op de hoogte te zijn geweest.)
Perfect gerund / perfect participle — structuur
Formule: having + past participle
- "having done, having seen, having been, having taken".
Zinnen:
- "Having eaten, we walked home." (Nadat we gegeten hadden, liepen we naar huis.)
- "Having been asked twice, she answered." (Nadat haar twee keer gevraagd was, antwoordde ze.)
Passief en continuous varianten
- Perfect passive infinitive: to have been + p.p.
- "She is said to have been promoted." (Men zegt dat zij gepromoveerd is.)
- Perfect passive gerund: having been + p.p.
- "Having been invited, he refused to go." (Nadat hij was uitgenodigd, weigerde hij te gaan.)
- Perfect continuous (infinitive): to have been + -ing
- "They claim to have been working all night." (Ze beweren de hele nacht gewerkt te hebben.)
- Perfect continuous (gerund): having been + -ing (minder gebruikelijk, maar mogelijk)
- "Having been working all week, she needed rest." (Doordat ze de hele week had gewerkt, had ze rust nodig.)
Negaties en vragen
- Negatief infinitief: not to have + p.p.
- "I regret not to have told you earlier." (Deze vorm klinkt formeel en voor veel werkwoorden is 'not having + p.p.' natuurlijker.)
- Negatief gerund: not having + p.p.
- "Not having checked the schedule, he missed his appointment." (Omdat hij het rooster niet had gecontroleerd, miste hij zijn afspraak.)
Voor vragen gebruik je vaak een volledige bijzin: "Do you expect to have finished by Monday?" (Verwacht je tegen maandag klaar te zijn?)
Verschillen: wanneer 'to have done' en wanneer 'having done'?</b]
Kort antwoord: kies 'to have done' (perfect infinitive) wanneer de vorm een complement is bij een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord; kies 'having done' (perfect gerund/participle) wanneer je een bijwoordelijke bijzin of een zelfstandig naamwoordsvorm nodig hebt.
Uitgebreider, met voorbeelden:
- Complement na werkwoord/bijvoeglijk naamwoord (infinitive):
- "She was proud to have won the prize." (Zij was trots de prijs gewonnen te hebben.)
- Hier beantwoordt de infinitief de vraag: waarom was ze trots? Omdat ze had gewonnen.
- Bijwoordelijke zin/oorzaak of tijd (having):
- "Having won the prize, she gave a short speech." (Nadat ze de prijs had gewonnen, hield ze een korte toespraak.)
- De 'having'-zin geeft de oorzaak/tijd aan.
Onderwerpsmatch (dangling participles):
Een 'having'-participial clause verwijst impliciet naar hetzelfde onderwerp als de hoofdzin. Fouten ontstaan als dat onderwerp verschilt.
- Fout: "Having finished the work, the office closed." (Dit klinkt alsof het kantoor het werk heeft afgemaakt.)
- Correct: "Having finished the work, she closed the office for the day." (Nadat zij het werk had afgemaakt, sloot ze het kantoor.)
Uitgebreide voorbeelden per categorie
A. Complementen na werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden (perfect infinitive)
- "They claim to have found a solution." (Ze beweren een oplossing gevonden te hebben.)
- "He appears to have changed his mind." (Het lijkt erop dat hij van gedachten is veranderd.)
- "I'm sorry to have missed your call." (Het spijt me dat ik je oproep gemist heb.)
- "She was pleased to have been chosen." (Zij was blij gekozen te zijn.)
- "We hope to have completed the project by June." (We hopen het project tegen juni te hebben afgerond.)
B. Bijwoordelijke participial clauses (having + p.p.) — tijd/oorzaak
- "Having read the instructions, he assembled the machine." (Nadat hij de instructies had gelezen, monteerde hij de machine.)
- "Having been warned, they left early." (Nadat ze gewaarschuwd waren, vertrokken ze vroeg.)
- "Not having slept, she felt tired all day." (Omdat ze niet geslapen had, was ze de hele dag moe.)
- "Having completed the training, he started the job with confidence." (Nadat hij de training had afgerond, begon hij vol vertrouwen aan het werk.)
C. Gerapporteerde spraak / verslag / waarneming (perfect infinitive)
- "She is said to have left the country." (Er wordt gezegd dat zij het land heeft verlaten.)
- "He is believed to have lied." (Men gelooft dat hij heeft gelogen.)
- "They seem to have misunderstood the instructions." (Ze lijken de instructies te hebben misbegrepen.)
D. Werkwoorden die (meestal) gerunds verlangen — verleden aangeven met having + p.p.
- "She admitted having taken the money." (Ze gaf toe het geld te hebben genomen.)
- "He denied having met her." (Hij ontkende haar te hebben ontmoet.)
- "I regret having forgotten your birthday." (Ik betreur dat ik je verjaardag vergeten heb.)
Let op: na sommige werkwoorden (admit, deny) is 'to have' niet correct:
- Fout: "She denied to have met her." — Correct: "She denied having met her." (Ze ontkende haar te hebben ontmoet.)
E. Passieve voorbeelden
- "He claims to have been promoted." (Hij beweert gepromoveerd te zijn.)
- "They were happy to have been invited." (Ze waren blij uitgenodigd te zijn geweest.)
- "Having been informed, we changed our plans." (Nadat we geïnformeerd waren, veranderden we onze plannen.)
F. Perfect continuous voorbeelden
- "She claims to have been working all night." (Ze beweert de hele nacht door gewerkt te hebben.)
- "Having been working since dawn, he finally rested." (Omdat hij sinds zonsopgang had gewerkt, rustte hij uiteindelijk.)
G. Negaties en contrasten
- "I regret not having told you earlier." (Ik betreur dat ik het je niet eerder verteld heb.)
- "He was sorry not to have attended the meeting." (Hij vond het jammer de vergadering niet te hebben bijgewoond.)
H. Werkwoorden die van betekenis veranderen afhankelijk van gerund/infinitive
Sommige werkwoorden veranderen van betekenis wanneer ze gevolgd worden door een (perfect) gerund of (perfect) infinitive. Belangrijke voorbeelden:
- Remember:
- "I remembered to lock the door." (Ik herinnerde me het te sluiten — ik herinnerde me en deed het daarna.)
- "I remembered locking the door." (Ik herinnerde me dat ik de deur had afgesloten — ik herinnerde me een eerder uitgevoerde handeling.)
- Regret:
- "I regret to tell you that the office is closed." (Formeel: ik betreur het u te moeten vertellen — ik breng nu slecht nieuws.)
- "I regret having told him the secret." (Ik betreur dat ik hem het geheim heb verteld — spijt over iets uit het verleden.)
- Try:
- "I tried to open the door." (Ik probeerde de deur te openen — misschien zonder succes.)
- "I tried opening the door." (Ik probeerde het openen van de deur als een oplossing — experiment.)
Veelvoorkomende fouten en tips
1. Verwisselen van gerund en infinitive na vaste werkwoorden
- Fout: "She denied to have stolen the money."
- Correct: "She denied having stolen the money." (Gebruik gerund na deny, admit, avoid, etc.)
2. Dangling participle (verkeerd onderwerp bij 'having' clausule)
- Fout: "Having finished the exam, the bell rang." (Het kantoor/the bell is niet het onderwerp dat het examen afmaakte.)
- Correct: "Having finished the exam, the students left the room." (De studenten maakten het examen af.)
3. Overmatig gebruik van dubbele perfecten (stijl en redundantie)
- Vaak gebruikt maar overbodig: "I would have liked to have met you."
- Beter: "I would have liked to meet you." Beide worden echter door moedertaalsprekers gebruikt.
4. Verwarring tussen 'I regret to...' en 'I regret having...'
- Gebruik 'I regret to tell you...' voor iets wat je nu meldt (formeel). Gebruik 'I regret having...' om spijt over een verleden handeling uit te drukken.
5. Gebruik na 'claim/appear/seem' meestal perfect infinitive, niet 'having'
- Correct: "He claims to have seen her."
- Minder gebruikelijk: "He claims having seen her." (klinkt ongewoon)
Praktische tips voor studie en gebruik
- Als de bijzin een complement is van een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord, denk eerst aan de (perfect) infinitive: to have + p.p.
- Als je een korte bijwoordelijke bijzin wilt (oorzaak of tijd), gebruik 'having + p.p.' en zorg dat het onderwerp klopt.
- Onthoud groepen werkwoorden: admit/deny/avoid + gerund; claim/appear/seem + infinitive.
- Voor deductions over het verleden gebruik je modale + have + p.p. (must have, might have, should have).
- Bij twijfel tussen "would have liked to have..." en "would have liked to...": de kortere vorm is vaak eleganter.
Samenvatting
- Perfect infinitive: to have + p.p. — gebruik als complement om aan te geven dat iets vóór de hoofdzin gebeurde. (vb. "They claim to have left.")
- Perfect gerund / participle: having + p.p. — gebruik als bijwoordelijke bijzin of zelfstandig naamwoord om een voorafgaande handeling aan te geven. (vb. "Having left, they didn't return.")
- Let op: onderwerp van 'having'-zin moet overeenkomen met hoofdzin; sommige werkwoorden vereisen gerund, andere infinitive; betekenis kan veranderen.
Kort woordenlijstje (glossary)
- Infinitive: de basisvorm van het werkwoord, soms met 'to' (to go, to eat).
- Gerund: -ing-vorm die als zelfstandig naamwoord kan werken (eating, running).
- Past participle (voltooid deelwoord): de vorm gebruikt bij perfecten/passieven (done, seen, been).
- Perfect infinitive: to have + past participle (to have done).
- Perfect gerund / perfect participle: having + past participle (having done).
- Dangling participle: een participial clause waarvan het onderwerp niet overeenkomt met het onderwerp van de hoofdzin — vermijd dit.
Als je wilt, kan ik deze regels kort samenvatten in een handzame checklist of een compact overzicht met alleen de meest voorkomende werkwoorden per categorie (admit/deny/claim/appear/ etc.).