Het gebruik van beperkende betrekkelijke bijzinnen (who, which, that) voor essentiële informatie

B1

Het gebruik van beperkende betrekkelijke bijzinnen (who, which, that) voor essentiële informatie

Deze gids legt in eenvoudig Nederlands uit wat "defining relative clauses" (ook: restrictive relative clauses of in het Nederlands "beperkende betrekkelijke bijzinnen") zijn, wanneer je ze gebruikt, hoe je ze vormt met who / which / that, en welke fouten je moet vermijden. Overal waar het helpt staan er veel voorbeeldzinnen in het Engels met direct daaronder een Nederlandse vertaling.

Wat is een defining relative clause?

Een defining relative clause geeft essentiële informatie over een persoon of ding. Zonder die bijzin is het onduidelijk over wie of wat je het hebt. In het Nederlands heet dit meestal een "beperkende betrekkelijke bijzin".

Voorbeeld 1 (Engels):
- "The students who study hard will pass the exam."
Vertaling (Nederlands):
- "De studenten die hard studeren zullen het examen halen."

Hier zegt de bijzin "who study hard" welke studenten worden bedoeld. Als je die bijzin weghaalt, verandert de betekenis: "The students will pass the exam" betekent iets anders.

Wanneer gebruik je ze?

Gebruik een defining relative clause als de informatie essentieel is om de referent te identificeren — oftewel: om precies te weten over wie of wat je praat.

Kenmerken:
- Geen komma's rond de bijzin.
- De bijzin beperkt of definieert het zelfstandig naamwoord (het antecedent).
- Je kunt vaak niet zomaar de bijzin weghalen zonder betekenis te verliezen.

Voorbeelden (Engels → Nederlands):
- "Books that have many pictures sell well." → "Boeken die veel plaatjes hebben verkopen goed." (niet: alle boeken)
- "Anyone who wants to come is welcome." → "Iedereen die wil komen is welkom." (specifieke groep mensen)
- "The only person who knows the code is Tom." → "De enige persoon die de code kent is Tom." (essentieel: alleen Tom)

Welke relatieve voornaamwoorden gebruik je: who, which, that?

Who — voor mensen

- Gebruik "who" voor personen (en soms voor dieren met naam).
- "Who" is subject of de bijzin of object (informeel).

Voorbeelden:
- "The woman who called is my teacher." → "De vrouw die belde is mijn docent." (who = onderwerp van "called")
- "The boy who I met yesterday was friendly." → "De jongen die ik gisteren ontmoette was vriendelijk." (here "who" is object; formeel: "whom")

Which — voor dingen en dieren

- Gebruik "which" voor voorwerpen, dieren en abstracte dingen.
- In Britse stijl kun je "which" ook in sommige defining clauses gebruiken; in Amerikaanse stijl gebruiken veel schrijvers liever "that" voor defining clauses.

Voorbeelden:
- "The car which is parked outside is mine." → "De auto die buiten geparkeerd staat is van mij."
- Defining vs non-defining (later meer): "The book, which has a blue cover, is new." (non-defining)

That — voor mensen en dingen (in defining clauses)

- "That" wordt vaak gebruikt in defining clauses voor zowel mensen als dingen.
- Let op: "that" wordt niet gebruikt in non-defining (niet-beperkende) bijzinnen.
- Sommige stijlgidsen adviseren om voor mensen "who" te gebruiken, maar in informeel taalgebruik is "that" heel gebruikelijk.

Voorbeelden:
- "The house that Jack bought is big." → "Het huis dat Jack kocht is groot."
- "The teacher that helped me was very kind." → "De docent die mij hielp was erg aardig." (formeel: vaak "who")

Whom / Whose — kort over vormen voor object en bezit

- "Whom" is het formele objectvorm van "who"; in informeel Engels gebruiken veel mensen "who" in plaats van "whom".
- "Whose" wordt gebruikt voor bezit (van mensen of dingen): "the man whose car was stolen".

Voorbeelden:
- Formeel: "The person to whom I spoke was helpful." → Informeel: "The person I spoke to was helpful."
- "I met a writer whose novels are famous." → "Ik ontmoette een schrijver wiens romans beroemd zijn."

Weglaten van het betrekkelijk voornaamwoord (omission)

Je kunt het betrekkelijk voornaamwoord weglaten wanneer het in de relative clause het object is. Je kunt het niet weglaten wanneer het subject van die bijzin is.

Voorbeelden (Engels → Nederlands):
- Object — weglating mogelijk:
- "The book (that) I bought is very good." → "Het boek dat ik gekocht heb is erg goed." (ook: "Het boek dat ik kocht is erg goed.")
- "The man (whom) I saw yesterday is my neighbor." → "De man die ik gisteren zag is mijn buurman."
- Subject — niet weglaten:
- "The man who lives next door is a doctor." → "De man die naast mij woont is dokter." (je kunt niet zeggen "The man lives next door is a doctor.")

Voorzetsels en de positie ervan (formeel vs informeel)

Bij formeel taalgebruik plaats je het voorzetsel vaak vóór het betrekkelijk voornaamwoord (preposition fronting):

- Formeel: "The person to whom I gave the letter was grateful." → "De persoon aan wie ik de brief gaf was dankbaar."
- Informeel: "The person I gave the letter to was grateful." → "De persoon aan wie ik de brief gaf was dankbaar." (in het Engels: \"...I gave the letter to\")

Met "which" of "whom" kun je het voorzetsel ook vooraan zetten (meer formeel). Met "that" kun je meestal geen voorzetsel vóór het betrekkelijk voornaamwoord zetten. In plaats daarvan zet je het voorzetsel vaak aan het eind.

Voorbeelden (Engels → Nederlands):
- Formeel: "The house in which we live is old." → "Het huis waarin we wonen is oud."
- Informeel: "The house we live in is old." → "Het huis waar we in wonen is oud."

Defining vs non-defining relative clauses — waarom komma's belangrijk zijn

Een belangrijk verschil is dat non-defining (niet-beperkende) bijzinnen altijd tussen komma's staan en extra (niet-essentiële) informatie geven. Defining clauses krijgen geen komma's.

Voorbeeld dat het verschil illustreert (Engels → Nederlands):
- Defining: "My brother who lives in London works at a bank." → "Mijn broer die in Londen woont werkt bij een bank." (hier: je suggereert dat je meerdere broers hebt en degene die in Londen woont werkt bij een bank)
- Non-defining: "My brother, who lives in London, works at a bank." → "Mijn broer, die in Londen woont, werkt bij een bank." (hier: je hebt één broer; de informatie over Londen is extra)

Let op: in non-defining clauses gebruik je nooit "that". Je gebruikt hier "who" of "which" met komma's.

Stijladviezen en regionale verschillen (US vs UK)

- Amerikaanse stijlgidsen (bijv. Chicago Manual of Style) geven vaak de voorkeur aan "that" voor defining clauses en "which" voor non-defining clauses. Dus: "The book that I borrowed..." (defining) en "The book, which I borrowed yesterday, ..." (non-defining).
- Brits Engels staat vaker toe dat "which" ook in defining clauses wordt gebruikt: "The book which I borrowed..."
- Voor personen raden veel schrijvers aan "who" te gebruiken, maar in spreektaal is "that" voor personen veelvoorkomend.

Samengestelde betrekkelijke bijzinnen en verkorte vormen

- Je kunt twee eigenschappen combineren in één defining clause: "The man who came yesterday and (who) lives next door is a teacher." Vaak laat je de tweede "who" weg als de twee werkwoorden bij dezelfde persoon horen: "The man who came yesterday and lives next door is a teacher." → "De man die gisteren kwam en naast me woont is leraar."
- Soms kun je een bijzin verkorten tot een participium: "The book written by her is famous." (reduced relative clause)

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

1) Komma's gebruiken bij defining clauses
- Fout: "The students, who study hard, will pass the exam." (verkeerd als je bedoelt: alleen de hard studerende studenten zullen slagen)
- Correct: "The students who study hard will pass the exam."

2) 'That' gebruiken in non-defining clauses
- Fout: "My car, that is red, is new." (onjuist)
- Correct: "My car, which is red, is new." → "Mijn auto, die rood is, is nieuw."

3) Relatief voornaamwoord weglaten terwijl het subject is
- Fout: "The man I saw left." (OK als object), maar "The man left" (verandert betekenis) — wees erop bedacht of de bijzin subject is.
- Correct (subject): "The man who left is my uncle." → "De man die vertrok is mijn oom."

4) 'Which' voor mensen gebruiken
- Fout: "The person which called me..."
- Correct: "The person who called me..." of "The person that called me..."

5) Onjuiste positie van voorzetsels
- Onjuist: "The person to that I spoke..." (fout)
- Correct: "The person to whom I spoke..." (formeel) of "The person I spoke to..." (informeel)

6) 'Whom' vermijden in formele contexten (of juist gebruiken als je formeel wilt zijn)
- In formeel geschreven Engels kun je "whom" gebruiken na een voorzetsel: "To whom it may concern." In spreektaal kies je vaak voor "who" en verplaats je het voorzetsel naar het einde.

Vergelijking met het Nederlands — handige hints

- In het Nederlands gebruik je "die" of "dat" voor betrekkelijke bijzinnen. Net als in het Engels gebruik je geen komma bij beperkende bijzinnen:
- Engels: "The book that I read was boring." → Nederlands: "Het boek dat ik las was saai."
- Voor personen gebruikt Nederlands soms "die" of "wie" (formeel). Engels gebruikt "who".
- Voorzetselplaatsing: Nederlands plaatst meestal het voorzetsel vóór het betrekkelijk voornaamwoord ("de persoon met wie ik sprak"); Engels kan het voorzetsel weglaten en aan het einde zetten ("the person I spoke to").

Kort overzicht / checklist

- Gebruik defining relative clauses als de informatie essentieel is (geen komma's).
- Gebruik "who" voor mensen, "which" voor dingen/dieren, en "that" voor beide in defining clauses (maar niet in non-defining).
- Je kunt het betrekkelijk voornaamwoord weglaten als het het object van de bijzin is, niet als het subject is.
- Zet voorzetsels vóór het betrekkelijk voornaamwoord in formeel Engels (to whom, in which) of laat ze achteraan in informeel taalgebruik (I spoke to whom → I spoke to).
- Gebruik "whose" voor bezit; "whom" is formeel voor objecten na voorzetsels.

Handige verzameling voorbeeldzinnen (meer voorbeelden)

- People (who / that):
- "The teacher who helped me is from Spain." → "De docent die mij hielp komt uit Spanje."
- "The lady that lives next door is a doctor." → "De dame die naast mij woont is dokter."
- "Students who arrive late must sign in." → "Studenten die te laat komen moeten zich aanmelden."

- Things/animals (which / that):
- "The phone that she bought is expensive." → "De telefoon die ze kocht is duur."
- "The dog which lives in our street is friendly." → "De hond die in onze straat woont is vriendelijk."
- "The movie that we watched last night was boring." → "De film die we gisteravond keken was saai."

- Omissie van het voornaamwoord (object):
- "The report (that) I wrote took three days." → "Het rapport dat ik schreef duurde drie dagen."
- "The person (whom) we invited couldn't come." → "De persoon die we uitnodigden kon niet komen."

- Voorzetsel vóór of na (formeel / informeel):
- Formeel: "The colleague with whom I discussed the problem is away." → "De collega met wie ik het probleem besprak is afwezig."
- Informeel: "The colleague I discussed the problem with is away." → "De collega met wie ik het probleem besprak is afwezig."

- Defining vs non-defining:
- Defining: "The employees who work hard get a bonus." → "De medewerkers die hard werken krijgen een bonus." (alleen diegenen)
- Non-defining: "My car, which I bought in 2019, is still reliable." → "Mijn auto, die ik in 2019 kocht, is nog steeds betrouwbaar." (extra info)

Woordenlijst (kort)

- Defining / restrictive relative clause: een bijzin die essentieel is om het zelfstandig naamwoord te identificeren.
- Non-defining / non-restrictive relative clause: een bijzin die extra, niet-essentiële informatie toevoegt; staat tussen komma's.
- Relative pronoun: betrekkelijk voornaamwoord (who, which, that, whom, whose).
- Antecedent: woord waarop de relative clause terugverwijst (bv. "the book" in "the book that I read").

Slotopmerking

Defining relative clauses zijn onmisbaar om precies te zeggen over wie of wat je het hebt. Let op het juiste voornaamwoord (who/which/that), het gebruik van komma's en of je het voornaamwoord kunt weglaten. Met de voorbeelden in deze gids kun je de meeste gevallen veilig en duidelijk schrijven en spreken.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York