Meervoudige infinitiefconstructies ("hätte gemacht werden können")
C1Wat zijn meervoudige infinitiefconstructies in het Duits?
Meervoudige infinitiefconstructies zijn zinnen waarin aan het einde meerdere niet-gefinite werkwoordsvormen (infinitieven en/of een Partizip II) samen staan. Je ziet deze constructies vooral bij:
- modale werkwoorden (können, müssen, dürfen, sollen, wollen, mögen),
- het passief (werden/worden),
- voltooide tijden (Perfekt/Plusquamperfekt) en
- de aanvoegende wijs (Konjunktiv II).
Een typisch voorbeeld is: "hätte gemacht werden können".
Duits: Das hätte gemacht werden können.
Nederlands: Dat had kunnen worden gedaan / Dat zou gedaan hebben kunnen worden.
Betekenis: het had mogelijk geweest dat iets gedaan werd (maar het gebeurde niet).
Wanneer en waarom gebruik je zulke constructies?
- Situatie: je wilt een voltooide tijd (Perfekt) maken van een constructie met een modaal + infinitief.
- Voorbeeld: Er hat kommen müssen. (Hij heeft moeten komen.)
- Duitse regel: gebruik vaak een dubbele infinitief (komen + moeten) in plaats van het Partizip II van het modale werkwoord (niet *Er hat gekommen gemusst).
2. Passief gecombineerd met modaliteiten
- Situatie: iets had moeten/konden/gedurfd/etc. worden gedaan (lijdende vorm + modaliteit).
- Voorbeeld: Das hätte gemacht werden können. (Dat had kunnen worden gedaan.)
3. Konjunktiv II (voor tegenfeitelijke of hypothetische betekenis)]/b]
- Situatie: contrafactische uitspraken in het verleden: "zou hebben kunnen" of "had moeten".
- Voorbeeld: Er hätte es tun können. (Hij zou het hebben kunnen doen.)
Hoe worden die constructies gevormd? (regels en volgorde)
Belangrijkste regels en vaste patronen
1) Dubbele infinitief in Perfekt bij modale werkwoorden
- Regel: Als een modaal samen met een ander infinitief in de Perfekt staat, gebruikt het Duits meestal de dubbele infinitief: haben + INF(hoofdwerkwoord) + INF(modal).
- Vorm: haben (of Konjunktiv II: hätte) + infinitief + infinitief(modal).
- Voorbeelden:
- Er hat das tun können. → Hij heeft dat kunnen doen.
- Sie hat nach Hause gehen dürfen. → Zij heeft naar huis mogen gaan.
- Er hätte das tun können. → Hij zou dat hebben kunnen doen.
2) Passief + modaal: vaste volgorde van niet-gefinite vormen
- Regel: In passieve combinaties met een modaal staat de volgorde altijd: Partizip II van het hoofdwerkwoord → werden → modal (allemaal niet-gefinite vormen).
- Vorm in Perfekt: haben + Partizip II + werden + modal.
- Vorm in Konjunktiv II (contrafactueel): hätte + Partizip II + werden + modal.
- Voorbeelden:
- Präsens: Das muss gemacht werden. → Dat moet gedaan worden.
- Perfekt: Das hat gemacht werden müssen. → Dat heeft moeten worden gedaan / Dat heeft gerepareerd moeten worden.
- Konjunktiv II Perfekt: Das hätte gemacht werden können. → Dat had kunnen worden gedaan.
- Voorbeeld met duidelijke vertaling:
* DE: Die Tür hat repariert werden müssen.
* NL: De deur heeft moeten worden gerepareerd.
* DE (Konj II): Die Tür hätte repariert werden müssen.
* NL (Konj II): De deur had gerepareerd moeten worden / De deur zou gerepareerd hebben moeten worden.
3) Perfekt passief zonder modaal (gebruik van 'worden/worden worden')
- Regel: Gewoon passief Perfekt (zonder modal) wordt gevormd met sein + Partizip II + worden (worden = Partizip II van werden):
- Das ist gemacht worden. → Dat is gedaan (letterlijk: is gedaan geworden).
- Als je Konjunktiv II maakt, gebruik je de subjunctieve vorm van sein: Das wäre gemacht worden. → Dat zou zijn gedaan.
- Let op het verschil met passief + modal (daar gebruik je haben + ... → zie 2).
4) Wanneer gebruik je 'hätte' en wanneer 'wäre' als Konjunktiv II-auxiliair?
- Als de voltooide vorm van de zin normaal door 'haben' gevormd wordt (of door de aanwezigheid van een modaal), gebruik je in Konjunktiv II 'hätte'.
- Voorbeeld: Er hat kommen können → Er hätte kommen können (Konj II).
- Als de voltooide passief normaal met 'sein' gevormd wordt (regulier passief Perfekt = sein + Partizip II + worden), gebruik je in Konjunktiv II 'wäre'.
- Voorbeeld passief zónder modaal:
* DE: Das ist gemacht worden. (Perfekt)
* DE (Konj II): Das wäre gemacht worden. (Dat zou zijn gedaan.)
- Samengevat: passief + modaal → vaak 'haben'/'hätte'; passief zonder modaal → 'sein'/'wäre'.
5) Volgorde en plaats in hoofdzin en bijzin
- Hoofdzin (V2): het finite werkwoord staat op de tweede plaats; alle niet-gefinite vormen staan vaak achteraan in de vaste volgorde die hierboven genoemd is.
- Voorbeeld: Er hätte das gemacht werden können.
- Bijzin (verb-eind): de finite vorm komt aan het eind; de niet-gefinite vormen vormen nog steeds de gebruikelijke keten.
- Voorbeeld: Ich denke, dass das hätte gemacht werden können. → Ik denk dat dat had kunnen worden gedaan.
- Kleine vuistregel: binnen de cluster blijft de volgorde Partizip II (indien aanwezig) → werden → modal.
Veelvoorkomende voorbeelden en hun betekenis
- Er hat kommen müssen. → Hij heeft moeten komen.
- Er hat kommen können. → Hij heeft kunnen komen.
- Er hätte kommen können. → Hij zou hebben kunnen komen / Hij had kunnen komen.
- Das muss gemacht werden. → Dat moet gedaan worden.
- Das hat gemacht werden müssen. → Dat heeft moeten worden gedaan.
- Das hätte gemacht werden können. → Dat had kunnen worden gedaan.
- DE: Die Aufgaben hätten gestern erledigt werden können.
- DE: Er hat das Problem nicht lösen können.
NL: Hij heeft het probleem niet kunnen oplossen.
Uitleg: Perfekt met dubbele infinitief ('lösen können').
- DE: Der Brief ist geschrieben worden.
NL: De brief is geschreven (LET OP: dit is ongewone formulering; normaal: Der Brief ist geschrieben worden → in moderne schrijftaal: Der Brief ist geschrieben worden is archaïsch; liever: Der Brief ist geschrieben worden / Der Brief wurde geschrieben).
- DE: Die Maschine hat repariert werden müssen.
NL: De machine heeft moeten worden gerepareerd.
Nuances en verwarrende gevallen: 'können' (vermogen) vs. 'können' (mogelijkheid/epistemisch)
Verschil in betekenis en constructie (kort)
- Vermogen of bekwaamheid (ability): Er hätte es tun können. → Hij had in staat geweest het te doen (maar deed het niet).
- Epistemische mogelijkheid (speculatie): Er könnte es getan haben. → Het is mogelijk dat hij het gedaan heeft.
Vergelijking:
- Er hätte es tun können. (Konj II, contrafactueel: hij had kunnen doen maar deed het niet.)
- Er könnte es getan haben. (Konj I/Präsens mogelijkheid: het is mogelijk dat hij het heeft gedaan.)
Veelgemaakte fouten (hoe je ze herkent en vermijdt)
- FOUT: Er hat kommen gemusst.
- GOED: Er hat kommen müssen.
- Uitleg: In Perfekt met een modaal + infinitief gebruik je de dubbele infinitief; het Partizip II van het modale (~gemusst, gekonnt) komt hier niet in die positie.
- FOUT: Die Tür ist repariert werden müssen. (onjuist)
- GOED: Die Tür hat repariert werden müssen. (juist)
- Uitleg: Zodra een modaal in de constructie zit, vormt het perfect vaak met 'haben' + infinitieven-cluster in plaats van 'sein' + Partizip II + worden.
- "hätte" = Konjunktiv II van 'haben' (conditioneel: zou hebben),
- "hatte" = Indikativ Präteritum van 'haben' (had).
- Voorbeeldcontrast:
- Er hätte das tun können. → Hij zou dat hebben kunnen doen (contrafactueel).
- Er hatte das tun können. → Hij had dat kunnen doen (feitelijke verleden tijd: hij was in staat).
- Uitleg: verwissel niet beide vormen; betekenis verandert van hypothese → vaststelling.
Vergelijking met het Nederlands (handige koppelingen)
Algemene correspondenties
- Duits "hätte ... machen können" → Nederlands meestal: "zou ... hebben kunnen doen" of korter "had kunnen doen".
- DE: Er hätte es tun können.
- NL: Hij zou het hebben kunnen doen / Hij had het kunnen doen.
- Duits passief + modaal: "hat ... werden müssen" → NL: "heeft ... moeten worden".
- DE: Das hat gemacht werden müssen.
- NL: Dat heeft moeten worden gedaan.
Let op verschillen in woordvolgorde
- Nederlands en Duits zetten werkwoorden vaak aan het eind, maar het Duitse cluster (Partizip II → werden → modal) kan verwarrend zijn. Nederlands gebruikt meestal "moeten worden + voltooid deelwoord" terwijl Duits "Partizip II + werden + modal" volgt.
- DE: Das hätte repariert werden müssen.
- NL: Dat had moeten worden gerepareerd / Dat had gerepareerd moeten worden.
Praktische tips en samenvatting
- Herken de bouwstenen: is er een modaal? is het passief? is het een voltooide tijd (Perfekt/Plusquamperfekt) of Konjunktiv II? Dat bepaalt de vorm.
- Onthoud twee kernregels:
1) Perfekt met modaal + infinitief → dubbele infinitief met hebben/hätte.
2) Passief + modaal → Partizip II + werden + modal; Perfekt hiervan met haben/hätte (niet met sein/wäre).
- Controleer altijd of je 'hätte' (Konj II) of 'hatte' (Indikativ) nodig hebt.
Korte woordenlijst (glossarium)
Infinitiv — de basisvorm van het werkwoord (bijv. machen, kommen).
Partizip II (Voltooid deelwoord) — de vorm die in de voltooide tijden en passieven gebruikt wordt (bijv. gemacht, gekommen).
Modalverben — kunnen, moeten, mogen, willen, moeten (sollen), graag willen (mögen).
Perfekt — voltooide tijd, vaak gevormd met haben of sein + Partizip II.
Konjunktiv II — de aanvoegende wijs die vaak gebruikt wordt voor hypothetische of onwerkelijke situaties (in het Nederlands vaak vertaald met "zou").
Vorgangspassiv (actief/passiefproces)] — passieve vorm met 'werden' (iets wordt gedaan).
Double infinitive / dubbele infinitief — twee infinitieven naast elkaar aan het eind van de zin, typisch bij Perfekt + modaal (bv. machen + können).
Slotopmerkingen
Meervoudige infinitiefconstructies lijken in het begin ingewikkeld, maar ze volgen duidelijke patronen: herken of er een modaal en/of passief in de zin voorkomt, kies het juiste hulpwerkwoord (haben/hätte of sein/wäre), en zet de niet-gefinite werkwoorden in de normale volgorde (Partizip II → werden → modal of INF → modal). Veel voorbeelden lezen en vergelijken met het Nederlands helpt om de verschillen in betekenis en nuance (vermogen vs. mogelijkheid, feit vs. hypothese) snel te herkennen.