Infinitiefzinnen met en zonder 'zu' (um zu, ohne zu, anstatt zu, lassen + Infinitiv)

B2

Infinitiefzinnen met en zonder "zu" in het Duits (um zu, ohne zu, anstatt zu, lassen + Infinitiv)

Wat is een infinitiefzin?
Een infinitiefzin (Duits: Infinitivsatz) is een bijzin of frase waarin het hoofdwerkwoord in de infinitief staat (onvervoegd). In het Duits zie je twee belangrijke vormen:
  • met het partikel zu (bijv. um zu, ohne zu, anstatt zu, of als bijwoordelijke bijzin);
  • zonder zu (bijv. na modale werkwoorden, waarnemingswerkwoorden of bij lassen + Infinitiv).

Infinitiefzinnen kunnen verschillende functies hebben: doel (om/om te), modaliteit (hoe iets gebeurt), aanvulling op een werkwoord, of vervanging van een volle bijzin met "dass".

Voorbeelden:
- Ich versuche, pünktlich zu sein. — Ik probeer op tijd te zijn.
- Sie ging, ohne sich zu verabschieden. — Zij ging weg zonder zich te verontschuldigen/zich te verabschieden.
- Er hört die Kinder lachen. — Hij hoort de kinderen lachen.
- Ich lasse mein Fahrrad reparieren. — Ik laat mijn fiets repareren.

Wanneer en waarom gebruik je "um zu"?
Betekenis en vorm
  • "um zu + Infinitiv" drukt het doel (doelredenering) uit en betekent in het Nederlands: "om (te)" of "om te...".
  • Basisstructuur: Hauptsatz, um + zu + Infinitiv (de infinitief staat meestal op het eind).

Belangrijke regel over onderwerp (subject)
- Gebruik "um zu" alleen als het onderwerp in beide zinnen hetzelfde is.
- Als het onderwerp verschilt, gebruik je "damit" + vervoegd werkwoord.

Voorbeelden:
- Ich lerne Deutsch, um in Deutschland zu arbeiten. — Ik leer Duits om in Duitsland te werken. (zelfde onderwerp: ich)
- Ich rufe dich an, um mit dir zu sprechen. — Ik bel je om met je te praten. (zelfde onderwerp: ich)
- Ich gebe ihm Geld, damit er ein Auto kaufen kann. — Ik geef hem geld zodat hij een auto kan kopen. (verschillend onderwerp → "damit")

Negatie en scheidbare werkwoorden
- Negatie: "um ... nicht zu": Ich fahre langsam, um den Bus nicht zu verpassen. — Ik rijd langzaam om de bus niet te missen.
- Scheidbare werkwoorden: zet "zu" tussen het voorvoegsel en de stam: anrufen → anzurufen. Voorbeeld: Ich versuche, ihn anzurufen. — Ik probeer hem op te bellen.

Wanneer en waarom gebruik je "ohne zu"?
Betekenis en gebruik
  • "ohne zu + Infinitiv" betekent "zonder (te) ..." en drukt uit dat iets gebeurt zonder de genoemde handeling.
  • Net als bij "um zu" moet het onderwerp doorgaans hetzelfde zijn in beide delen. Als het anders is, gebruik je "ohne dass".

Voorbeelden:
- Er verließ den Raum, ohne ein Wort zu sagen. — Hij verliet de kamer zonder een woord te zeggen.
- Sie hat die Prüfung bestanden, ohne zu lernen. — Ze is geslaagd zonder te leren.
- Ich ging, ohne mich zu verabschieden. — Ik ging weg zonder me te verabschieden.

Verschil met "ohne dass"
- Unterschied: "ohne zu" = onderwerp gelijk; "ohne dass" = onderwerp kan verschillen.
- Voorbeeld: Er verließ die Wohnung, ohne dass sie es bemerkte. — Hij verliet het huis zonder dat zij het merkte.

Wanneer en waarom gebruik je "anstatt zu" / "anstelle von" / "statt"?
Betekenis
  • "anstatt zu + Infinitiv" = "in plaats van (te) ...". Synoniemen: "statt" of "anstelle von + subst.".

Voorbeelden:
- Anstatt zu arbeiten, spielt er den ganzen Tag Videospiele. — In plaats van te werken speelt hij de hele dag videogames.
- Statt zu telefonieren, schrieb sie eine E-Mail. — In plaats van te bellen schreef ze een e-mail.
- Anstelle von Zucker verwendet sie Honig. — In plaats van suiker gebruikt ze honing.

Opmerking over grammatica
- Je kunt ook een zelfstandig naamwoord gebruiken: "anstatt/des/anstelle + Genitiv" (formeler) of "statt + Dativ" in spreektaal.

Wanneer laat je "zu" weg? (infinitief zonder "zu")
Er zijn vaste situaties waarin het Duitse infinitief zónder "zu" staat. Belangrijkste gevallen:

1. Na modale werkwoorden
- Können, müssen, wollen, sollen, dürfen, mögen + bare infinitive.
Voorbeelden:
- Ich kann schwimmen. — Ik kan zwemmen.
- Du musst jetzt gehen. — Je moet nu gaan.

2. Na waarnemingswerkwoorden (Wahrnehmungsverben)
- Verbs als: sehen, hören, fühlen, beobachten + object + bare infinitive.
Voorbeelden:
- Ich sehe den Mann kommen. — Ik zie de man komen.
- Sie hat das Baby weinen gehört. — Ze heeft de baby horen huilen.

3. Na "lassen" (laat/causatief/permission) — geen "zu"
- Twee belangrijke betekenissen van "lassen":
a) toestemming/laat iets toe: Lass mich in Ruhe! — Laat me met rust!
b) laten doen / causatief: Ich lasse mein Auto reparieren. — Ik laat mijn auto repareren.
- In beide gevallen volgt de infinitief zonder "zu": Lass ihn gehen. — Laat hem gaan.

4. Bewegingswerkwoorden (in vaste uitdrukkingen)
] - Soms vind je ook bare infinitives na werkwoorden als "gehen" in uitdrukkingen: Ich gehe schlafen. — Ik ga slapen.

5. Andere vaste combinaties en historische vormen


  • Sommige werkwoorden kunnen direct gevolgd worden door een bare infinitive in vaste constructies of bepaalde betekenissen (bijv. "lernen" kan vaak zonder "zu": Ich lerne schwimmen. — Ik leer zwemmen). Daarbij verandert soms de nuance.

Lassen + Infinitiv — hoe werkt dat precies?
Betekenissen en voorbeelden
  • 1) Toestemming/let someone do (laten):
  • Lass mich das machen! — Laat mij dat doen!
  • Er ließ das Kind spielen. — Hij liet het kind spelen.

- 2) Causatief (iemand laat iets doen / laat iets repareren):
- Ich lasse mein Fahrrad reparieren. — Ik laat mijn fiets repareren.
- Sie lässt ihr Haus streichen. — Zij laat haar huis schilderen.

- 3) "Sich lassen" voor mogelijkheid of algemene toelaatbaarheid:
- Das lässt sich leicht erklären. — Dat is gemakkelijk uit te leggen. (vergelijk Nederlands: "te")

Let op: geen "zu" na lassen
- Fout: *Ich lasse zu gehen.
- Correct: Ich lasse ihn gehen. — Ik laat hem gaan.

Scheidbare werkwoorden en de plaats van "zu"
  • Bij scheidbare werkwoorden (trennbare Verben) wordt "zu" tussen het voorvoegsel en de stam geplaatst wanneer je een infinitief met "zu" vormt.
  • anrufen → anzurufen: Ich versuche, ihn anzurufen. — Ik probeer hem op te bellen.
  • aufhören → aufzuhören: Sie hört auf, zu rauchen. — Ze stopt met roken.
  • Bij onscheidbare voorvoegsels (be-, ver-, ent-, er-, etc.) staat "zu" vóór het volledige werkwoord: verstehen → zu verstehen: Es ist schwer, ihn zu verstehen. — Het is moeilijk hem te begrijpen.
Punten over interpunctie (komma) en stijl
  • Infinitiefzinnen die begonnen worden met "um", "ohne", "anstatt" staan normaal tussen komma's: Ich ging, ohne zu fragen.
  • Andere zu-infinitiefzinnen (bijv. als aanvulling op een werkwoord) vereisen niet altijd een komma; een komma kan echter soms helpen bij het verduidelijken.
  • Ich versuche zu schlafen. (geen komma)
  • Ich habe beschlossen, morgen zu kommen. (komma gebruikelijk)
Veelvoorkomende fouten en hoe je ze voorkomt
  • Fout: Ich muss zu gehen. — Correct: Ich muss gehen. (na modale werkwoorden geen "zu")
  • Fout: Ich versuche, ihn an zu rufen. — Correct: Ich versuche, ihn anzurufen. (plaats "zu" tussen prefix en stam bij scheidbare werkwoorden)
  • Fout: Ich lasse zu gehen. — Correct: Ich lasse ihn gehen. (geen "zu" na lassen)
  • Fout: Ich gebe ihm Geld, um ein Auto zu kaufen. (als bedoeling is dat hij koopt) — Correct: Ich gebe ihm Geld, damit er ein Auto kaufen kann. (verschillend onderwerp → "damit")
  • Fout: Er verließ das Zimmer ohne das Licht auszumachen (zonder komma). Aanbevolen: Er verließ das Zimmer, ohne das Licht auszumachen.
Vergelijking met het Nederlands — handige correspondenties
  • Duits "um zu" → Nederlands "om te".
  • Ich lerne, um besser zu sprechen. — Ik leer om beter te spreken.
  • Duits "ohne zu" → Nederlands "zonder te".
  • Er ging, ohne sich zu verabschieden. — Hij ging zonder zich te verontschuldigen/zonder gedag te zeggen.
  • Duits "anstatt zu" / "statt zu" → Nederlands "in plaats van te" / "in plaats van".
  • Statt zu klagen, sollten wir handeln. — In plaats van klagen zouden we moeten handelen.
  • Duits "lassen + Infinitiv" → Nederlands "laten + infinitief" (zelfde zin).
  • Ich lasse das Auto reparieren. — Ik laat de auto repareren.
  • Duits "zu + Infinitiv" na een bijvoeglijk naamwoord → Nederlands vaak "te + infinitief": Es ist schwierig, das Problem zu lösen. — Het is moeilijk het probleem op te lossen.
Kort overzicht / samenvatting
  • Gebruik "um zu" voor doelen als onderwerp hetzelfde is.
  • Gebruik "ohne zu" voor "zonder te" (zelfde onderwerp); bij verschillend onderwerp: "ohne dass".
  • Gebruik "anstatt zu" of "statt" voor "in plaats van".
  • Laat "zu" weg na modale werkwoorden, waarnemingswerkwoorden en na "lassen" bij permissie/causatief.
  • Bij scheidbare werkwoorden plaats je "zu" tussen het voorvoegsel en de stam (anzurufen, aufzuhören).
  • Controleer altijd het onderwerp van de hoofdzin en de infinitiefzin: als ze verschillen, gebruik "damit" of een bijzin met "dass".
Begrippenlijst (glossarium)
  • Infinitiv: de onbepaalde wijs van het werkwoord (bijv. kommen, essen, lesen).
  • Infinitivsatz (infinitiefzin): een bijzin met een infinitief als hoofdwerkwoord.
  • zu-Infinitiv: de vorm met "zu + infinitiv" (bijv. zu kommen).
  • um zu: doelconstructie — "om te...".
  • ohne zu: negatieconstructie — "zonder te...".
  • anstatt/anstelle von: vervangingsconstructie — "in plaats van...".
  • lassen + Infinitiv: permissie/causatief — "laten + infinitief".
  • trennbares Verb: scheidbaar werkwoord (bijv. anrufen, aufstehen).
  • Wahrnehmungsverb: waarnemingswerkwoord (zien, horen, voelen).


Als je wilt kan ik nu een overzicht maken met alleen voorbeelden per type (kort overzicht met Duitse zinnen + Nederlandse vertaling), of een lijst met veelvoorkomende werkwoorden die "zu" vereisen of juist niet. Wil je dat?

Subscribe for evidence based language learning insights.

Verifying you are human...
Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York