Infinitiefzinnen met en zonder 'zu' (um zu, ohne zu, anstatt zu, lassen + Infinitiv)
B2Infinitiefzinnen met en zonder "zu" in het Duits (um zu, ohne zu, anstatt zu, lassen + Infinitiv)
- met het partikel zu (bijv. um zu, ohne zu, anstatt zu, of als bijwoordelijke bijzin);
- zonder zu (bijv. na modale werkwoorden, waarnemingswerkwoorden of bij lassen + Infinitiv).
Infinitiefzinnen kunnen verschillende functies hebben: doel (om/om te), modaliteit (hoe iets gebeurt), aanvulling op een werkwoord, of vervanging van een volle bijzin met "dass".
Voorbeelden:
- Ich versuche, pünktlich zu sein. — Ik probeer op tijd te zijn.
- Sie ging, ohne sich zu verabschieden. — Zij ging weg zonder zich te verontschuldigen/zich te verabschieden.
- Er hört die Kinder lachen. — Hij hoort de kinderen lachen.
- Ich lasse mein Fahrrad reparieren. — Ik laat mijn fiets repareren.
- "um zu + Infinitiv" drukt het doel (doelredenering) uit en betekent in het Nederlands: "om (te)" of "om te...".
- Basisstructuur: Hauptsatz, um + zu + Infinitiv (de infinitief staat meestal op het eind).
Belangrijke regel over onderwerp (subject)
- Gebruik "um zu" alleen als het onderwerp in beide zinnen hetzelfde is.
- Als het onderwerp verschilt, gebruik je "damit" + vervoegd werkwoord.
Voorbeelden:
- Ich lerne Deutsch, um in Deutschland zu arbeiten. — Ik leer Duits om in Duitsland te werken. (zelfde onderwerp: ich)
- Ich rufe dich an, um mit dir zu sprechen. — Ik bel je om met je te praten. (zelfde onderwerp: ich)
- Ich gebe ihm Geld, damit er ein Auto kaufen kann. — Ik geef hem geld zodat hij een auto kan kopen. (verschillend onderwerp → "damit")
Negatie en scheidbare werkwoorden
- Negatie: "um ... nicht zu": Ich fahre langsam, um den Bus nicht zu verpassen. — Ik rijd langzaam om de bus niet te missen.
- Scheidbare werkwoorden: zet "zu" tussen het voorvoegsel en de stam: anrufen → anzurufen. Voorbeeld: Ich versuche, ihn anzurufen. — Ik probeer hem op te bellen.
- "ohne zu + Infinitiv" betekent "zonder (te) ..." en drukt uit dat iets gebeurt zonder de genoemde handeling.
- Net als bij "um zu" moet het onderwerp doorgaans hetzelfde zijn in beide delen. Als het anders is, gebruik je "ohne dass".
Voorbeelden:
- Er verließ den Raum, ohne ein Wort zu sagen. — Hij verliet de kamer zonder een woord te zeggen.
- Sie hat die Prüfung bestanden, ohne zu lernen. — Ze is geslaagd zonder te leren.
- Ich ging, ohne mich zu verabschieden. — Ik ging weg zonder me te verabschieden.
Verschil met "ohne dass"
- Unterschied: "ohne zu" = onderwerp gelijk; "ohne dass" = onderwerp kan verschillen.
- Voorbeeld: Er verließ die Wohnung, ohne dass sie es bemerkte. — Hij verliet het huis zonder dat zij het merkte.
- "anstatt zu + Infinitiv" = "in plaats van (te) ...". Synoniemen: "statt" of "anstelle von + subst.".
Voorbeelden:
- Anstatt zu arbeiten, spielt er den ganzen Tag Videospiele. — In plaats van te werken speelt hij de hele dag videogames.
- Statt zu telefonieren, schrieb sie eine E-Mail. — In plaats van te bellen schreef ze een e-mail.
- Anstelle von Zucker verwendet sie Honig. — In plaats van suiker gebruikt ze honing.
Opmerking over grammatica
- Je kunt ook een zelfstandig naamwoord gebruiken: "anstatt/des/anstelle + Genitiv" (formeler) of "statt + Dativ" in spreektaal.
1. Na modale werkwoorden
- Können, müssen, wollen, sollen, dürfen, mögen + bare infinitive.
Voorbeelden:
- Ich kann schwimmen. — Ik kan zwemmen.
- Du musst jetzt gehen. — Je moet nu gaan.
2. Na waarnemingswerkwoorden (Wahrnehmungsverben)
- Verbs als: sehen, hören, fühlen, beobachten + object + bare infinitive.
Voorbeelden:
- Ich sehe den Mann kommen. — Ik zie de man komen.
- Sie hat das Baby weinen gehört. — Ze heeft de baby horen huilen.
3. Na "lassen" (laat/causatief/permission) — geen "zu"
- Twee belangrijke betekenissen van "lassen":
a) toestemming/laat iets toe: Lass mich in Ruhe! — Laat me met rust!
b) laten doen / causatief: Ich lasse mein Auto reparieren. — Ik laat mijn auto repareren.
- In beide gevallen volgt de infinitief zonder "zu": Lass ihn gehen. — Laat hem gaan.
4. Bewegingswerkwoorden (in vaste uitdrukkingen)
] - Soms vind je ook bare infinitives na werkwoorden als "gehen" in uitdrukkingen: Ich gehe schlafen. — Ik ga slapen.
5. Andere vaste combinaties en historische vormen
- Sommige werkwoorden kunnen direct gevolgd worden door een bare infinitive in vaste constructies of bepaalde betekenissen (bijv. "lernen" kan vaak zonder "zu": Ich lerne schwimmen. — Ik leer zwemmen). Daarbij verandert soms de nuance.
- 1) Toestemming/let someone do (laten):
- Lass mich das machen! — Laat mij dat doen!
- Er ließ das Kind spielen. — Hij liet het kind spelen.
- 2) Causatief (iemand laat iets doen / laat iets repareren):
- Ich lasse mein Fahrrad reparieren. — Ik laat mijn fiets repareren.
- Sie lässt ihr Haus streichen. — Zij laat haar huis schilderen.
- 3) "Sich lassen" voor mogelijkheid of algemene toelaatbaarheid:
- Das lässt sich leicht erklären. — Dat is gemakkelijk uit te leggen. (vergelijk Nederlands: "te")
Let op: geen "zu" na lassen
- Fout: *Ich lasse zu gehen.
- Correct: Ich lasse ihn gehen. — Ik laat hem gaan.
- Bij scheidbare werkwoorden (trennbare Verben) wordt "zu" tussen het voorvoegsel en de stam geplaatst wanneer je een infinitief met "zu" vormt.
- anrufen → anzurufen: Ich versuche, ihn anzurufen. — Ik probeer hem op te bellen.
- aufhören → aufzuhören: Sie hört auf, zu rauchen. — Ze stopt met roken.
- Bij onscheidbare voorvoegsels (be-, ver-, ent-, er-, etc.) staat "zu" vóór het volledige werkwoord: verstehen → zu verstehen: Es ist schwer, ihn zu verstehen. — Het is moeilijk hem te begrijpen.
- Infinitiefzinnen die begonnen worden met "um", "ohne", "anstatt" staan normaal tussen komma's: Ich ging, ohne zu fragen.
- Andere zu-infinitiefzinnen (bijv. als aanvulling op een werkwoord) vereisen niet altijd een komma; een komma kan echter soms helpen bij het verduidelijken.
- Ich versuche zu schlafen. (geen komma)
- Ich habe beschlossen, morgen zu kommen. (komma gebruikelijk)
- Fout: Ich muss zu gehen. — Correct: Ich muss gehen. (na modale werkwoorden geen "zu")
- Fout: Ich versuche, ihn an zu rufen. — Correct: Ich versuche, ihn anzurufen. (plaats "zu" tussen prefix en stam bij scheidbare werkwoorden)
- Fout: Ich lasse zu gehen. — Correct: Ich lasse ihn gehen. (geen "zu" na lassen)
- Fout: Ich gebe ihm Geld, um ein Auto zu kaufen. (als bedoeling is dat hij koopt) — Correct: Ich gebe ihm Geld, damit er ein Auto kaufen kann. (verschillend onderwerp → "damit")
- Fout: Er verließ das Zimmer ohne das Licht auszumachen (zonder komma). Aanbevolen: Er verließ das Zimmer, ohne das Licht auszumachen.
- Duits "um zu" → Nederlands "om te".
- Ich lerne, um besser zu sprechen. — Ik leer om beter te spreken.
- Duits "ohne zu" → Nederlands "zonder te".
- Er ging, ohne sich zu verabschieden. — Hij ging zonder zich te verontschuldigen/zonder gedag te zeggen.
- Duits "anstatt zu" / "statt zu" → Nederlands "in plaats van te" / "in plaats van".
- Statt zu klagen, sollten wir handeln. — In plaats van klagen zouden we moeten handelen.
- Duits "lassen + Infinitiv" → Nederlands "laten + infinitief" (zelfde zin).
- Ich lasse das Auto reparieren. — Ik laat de auto repareren.
- Duits "zu + Infinitiv" na een bijvoeglijk naamwoord → Nederlands vaak "te + infinitief": Es ist schwierig, das Problem zu lösen. — Het is moeilijk het probleem op te lossen.
- Gebruik "um zu" voor doelen als onderwerp hetzelfde is.
- Gebruik "ohne zu" voor "zonder te" (zelfde onderwerp); bij verschillend onderwerp: "ohne dass".
- Gebruik "anstatt zu" of "statt" voor "in plaats van".
- Laat "zu" weg na modale werkwoorden, waarnemingswerkwoorden en na "lassen" bij permissie/causatief.
- Bij scheidbare werkwoorden plaats je "zu" tussen het voorvoegsel en de stam (anzurufen, aufzuhören).
- Controleer altijd het onderwerp van de hoofdzin en de infinitiefzin: als ze verschillen, gebruik "damit" of een bijzin met "dass".
- Infinitiv: de onbepaalde wijs van het werkwoord (bijv. kommen, essen, lesen).
- Infinitivsatz (infinitiefzin): een bijzin met een infinitief als hoofdwerkwoord.
- zu-Infinitiv: de vorm met "zu + infinitiv" (bijv. zu kommen).
- um zu: doelconstructie — "om te...".
- ohne zu: negatieconstructie — "zonder te...".
- anstatt/anstelle von: vervangingsconstructie — "in plaats van...".
- lassen + Infinitiv: permissie/causatief — "laten + infinitief".
- trennbares Verb: scheidbaar werkwoord (bijv. anrufen, aufstehen).
- Wahrnehmungsverb: waarnemingswerkwoord (zien, horen, voelen).
Als je wilt kan ik nu een overzicht maken met alleen voorbeelden per type (kort overzicht met Duitse zinnen + Nederlandse vertaling), of een lijst met veelvoorkomende werkwoorden die "zu" vereisen of juist niet. Wil je dat?